Boekgegevens
Titel: Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Auteur: Edelman, H.
Uitgave: Veendam: Æ.E. Kluwer, 1891
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3656
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202764
Onderwerp: Geneeskunde: anatomie (geneeskunde)
Trefwoord: Anatomie, Menselijk lichaam, Spieren, Bewegingsleer, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
d.
hecht zich aan het boveneinde van de ellepyp, aan den ringband van
het spaakbeen en aan de zijdehngsche gewrichtsvlakte van de ellepijp.
De buitenste zijband, ontspringt van den buitenknobbel van het opper-
armbeen en hecht zich aan den ringband van het spaakbeen.
De binnenste zyband, loopt van den binnenknobbel van het opperarm-
been en hecht zich aan het kroonuitsteeksel van de ellepyp.
De tusschenbeensband, welke gespannen is tusschen ellepyp en spaakbeen.
Het handgewricht is samengesteld uit de gewrichtsverbindingen van de onder-
ste uiteinden van de voorarmbeenderen en uit de gewrichtsverbindingen van
do handwortelbeenderen onderling. Strikt genomen is de hand alleen met het
spaakbeen verbonden, de geheele inrichting vormt een beperkt vry ge\vricht,
dat buiging en strekking, aan- en afvoering toelaat. Met het spaakbeen mee
kan ook de hand naar voren en naar achteren gedraaid worden.
Banden zijn :
a. De dwarse handpalmband, die de beide eerste en de beide laatste been-
deren van elke ry handwortelbeenderen aan de voorzijde vereenigt, welke
beenderen meer uitspringen en wel zoodanig, dat daar ter plaatse een
kanaal gevormd is, waaronder de pezen en bloedvaten van den voorarm
naar de hand verloopen.
Onder het hoofdje van de ellepyp, tusschen deze en den handwortel,
zit een tusschenkraakbeenschijf, die door
h. den roodachtigen band aan het stylvormig uitsteeksel van de ellepijp
bevestigd is.
Verder nog:
c. De beursband en de twee versterkings-banden - de rechte en de schuine
aan de voorzyde, en één versterkingsband — de ruitvormige band —
^ aan de rugzijde, welke dienen om de beweging te beperken.
111. DE ONDERSTE LEDEMATEN.
De eigen banden van het bekken zijn:
a. De zitbeensknobbel-heiligbeensband, komt van den zitbeensknobbel en
hecht zich vast aan den zijrand van het heiligbeen en het stuitbeen ;
deze verandert de groote en kleine zitbeensinsnijding in het groote
zitbeensgat.
h. De zitbeensdoorn-heiligbeensband, welke komt van den zitbeensdoorn
en zich vasthecht aan den laatsten heiligbeenswervel en het stuit-
been; deze verandert het groote zitbeensgat tot het kleine en groote
zitbeensgat.
c. De sluitband; deze sluit het eironde gat byna volkomen, alleen aan
de bovenzyde blyft eene opening voor vaten en zenuwen.
Het heiUgheen-heupheensgewricht wordt gevormd door de oorvormige met