Boekgegevens
Titel: Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Auteur: Edelman, H.
Uitgave: Veendam: Æ.E. Kluwer, 1891
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3656
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202764
Onderwerp: Geneeskunde: anatomie (geneeskunde)
Trefwoord: Anatomie, Menselijk lichaam, Spieren, Bewegingsleer, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
het schouderblad en bevestigt zich aan beide zijden aan de daar aan-
wezige insnyding. Op die wyze wordt deze insnijding tot een gat
c. De onderste dwarse schouderbladsband, loopt van den buitenrand van
den schouderbladsdoorn naar den achtersten omtrek van de schouder-
gewrichtsvlakte.
Het schoudergewricht, dat gevormd wordt door het gewrichtshoofd van den
opperarm en de gewrichtsvlakte van het schouderblad, en door een ring van
kraakbeen vergroot wordt, is het meest vrije gewricht van het menschelyk
lichaam.
Men vindt hier:
Een zeer ruimen beursband, welke zich bevestigt aan den rand der
gewrichtsgroeve van het schouderblad en aan den hals van liet opper
armbeen, bovendien versterkt door de pezen der schouderspieren, (boven-,
ondergraats- en onderschouderbladspier,) en van de tweehoofdige armspier,
ter\v\]l eenige bandvezelen, welke van het ravenbeksuitsteeksel naar den
grooten en kleinen knobbel loopen, de beweging belemmeren.
Door de inrichting van dit gewricht kan de opperarm in verschillende rich-
tingen bewogen worden. Heffing en daling, vóór- en achterwaartsvoering,
binnen- en buitenwaartsrolling kan er in plaats hebben. Men kan den arm
echter niet zoover achterwaarts als voorwaarts voeren. Dit wordt belet door
den ravenbeks-opperarmband, die van het ravenbeksuitsteeksel komt en in
de voorbinnenzyde van den beursband verloopt.
Ook kan de arm in het schoudergewricht niet hooger dan tot een hoek van
90® geheven worden, doordien het gewrichtshoofd tegen den ravenbeks-schou-
dertopsband stuit. Het hoogheffen, dat door rotatie van het schouderblad tot
stand komt, heeft in het borstheen-sleutelheens-gewricht plaats.
Het ellehoogsgewricht vormt de vereeniging tusschen boven- en voorarm en
is een van de meest samengestelde gewrichten, omdat hier drie beenderen
te zamen komen. liet behoort tot de gemengde gewrichten, namelijk een
scharniergewricht tusschen bovenarm en ellepyp '), een kogelgewricht tusschen
bovenarm en spaakbeen een draaigewricht tusschen spaakbeen en ellepyp
In dit gewricht kunnen twee geheel van elkander onafhankelyke bewegin-
gen worden uitgevoerd en wel: buiging en strekking van den voorarm en
draaiing van den voorarm om ééne as. Deze draaiing van het spaakbeen om
de ellepyp heeft minder betrekking op de bewegingen van boven- en voorarm,
dan wel op die van voorarm en hand, wyl het spaakbeen innig met de hand-
wortelbeenderen is verbonden. Men duidt deze draaiing aan als pronatiey
wanneer z\] naar binnen toe, als supinatie, wanneer zy naar buiten toe geschiedt
Do banden van het elleboogsgewricht zyn de volgende:
a. De gemeenschappelyke beursband, ontspringt boven de beide knobbels
van het opperarmbeen en boven den voorsten en achtersten katrolskuil en
1) Opperarm-ellepypsgewricbt.
2) Opperarm-spaakbfen?gi'wricht.
3) Spaakbeen-elk'pijpsgfwricht.