Boekgegevens
Titel: Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Auteur: Edelman, H.
Uitgave: Veendam: Æ.E. Kluwer, 1891
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3656
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202764
Onderwerp: Geneeskunde: anatomie (geneeskunde)
Trefwoord: Anatomie, Menselijk lichaam, Spieren, Bewegingsleer, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
gaan de einden der ribben aan het kraakbeen wat op en neer. Gevolg is dus,
verandering in omvang der borstkas.
Vereenigiug van ribben en borstbeen.
De banden aan het voorste uiteinde der ribben zijn:
a. De beursband, die het ribbekraakbeen met het borstbeen verbindt, behalve
bij de eerste rib. Dit is eene zuivere kraakbeenverbinding.
b. Een breede versterkingsband: Voorste straalvormige band, die zich vooral
aan de voorzijde van het ribbekraakbeen over het borstbeen verspreidt.
Bij de beweging, die de ribben uitvoeren, zullen de kraakbeenstukken
1». draaien in hunne gewrichten aan het borstbeen,
en 2». ook het borstbeen meenemen, waardoor dat op en neer en naar
voren en naar achteren zal gaan en tevens verwijding en vernauwing
der borstholte zal veroorzaken.
II. BOVENSTE lEDEMATEN.
Het horstheen-sleutelbeensgewricht, dat zeer weinig beweging toelaat, is twee-
kamerig. De kapsel band is stevig en aan de voorzijde sterk ontwikkeld en
wordt bovendien nog versterkt, maar ook in zjjne bewegingen beperkt door den
tusschensleutelheenshand, die van het eene sleutelbeen naar het andere loopt
en door een band, die aan de ondervlakte van het sleutelbeen ontspringt en
naar het kraakbeen der eerste rib loopt, nl. de rib-sleutelbcensband.
Heffing en daling, vóór- en achterwaartsvoering, maar slechts weinig, en
eene kleine draaiing kan in dit gewricht plaats hebben.
Het schouderhlad-sleutelbeensgewrichi is een 2 kamerig, soms een éénkamerig
gewricht en wordt gevormd door het schouderuiteinde van het sleutelbeen
en den schoudertop.
Banden zijn:
a. de uitwendige beursband, van den rand der gewrichtsvlakte van den
schoudertop naar den rand der hieraan sluitende gewrichtsvlakte van het
sleutelbeen; aan de boven- en onderzijde van den beursband bevinden
zich versterkende vezelen, terwijl een stremmende invloed op de bewe-
gingen wordt uitgeoefend door
b- den ravenbeks-sleutelbeensband, die van het ravenbeksuitsteeksel naar het
schouderuiteinde van het sleutelbeen loopt. De bewegingen in dit gewricht
zijn zeer gering, hoewel het aan alle bewegingen van den schouder
deelneemt.
De eigen banden van het schouderblad zijn:
a. De ravenbeks-Bchoudertopsband, loopt van den bovenrand nabü het uit-
einde van het ravenbeksuitsteeksel naar den vrijen top van den schouder
en overwelft met beide uitsteeksels het schoudergewricht aan de bovenzijde.
b. De bovenste dwarse schouderbladsband, loopt langs den bovenrand van