Boekgegevens
Titel: Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Auteur: Edelman, H.
Uitgave: Veendam: Æ.E. Kluwer, 1891
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3656
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202764
Onderwerp: Geneeskunde: anatomie (geneeskunde)
Trefwoord: Anatomie, Menselijk lichaam, Spieren, Bewegingsleer, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
Men kan de banden onderscheiden in algemeene en bijzondere, de laatsten
vindt men aan het bovenste en onderste deel der wervelkolom.
De algemeene banden zijn:
a. De voorste en achterste lange band, loopen zoowel aan de vóór-
als achterzijde der lichamen van het grondstuk van het achterhoofdsbeen
en zetten zich vast, naar onderen breeder wordende, aan wervels en
tusschen-wervelschijven tot aan het .heiligbeen.
b. De tusschen-wervelschijven, liggen tusschen de lichamen van elke 2 op
elkaar volgende wervels. 'tZijn buigzame kussens, die voor de beweging
der wervels van belang zijn.
c. De gele banden, die de wervelbogen onderling verbinden en uitsluitend
bestaan uit elastieke vezelen.
d. De tusschen-doornbanden en
e. De tusschen-dwarsbanden.
Al de op elkander volgende dwarse doornuitsteoksels zijn hiermede verbonden.
Tusschen de doornuiteinden der borst- en lendenwervels is die band meer
verdikt en heeft den naam van spitsband, terwijl de doorn van den T^e" hals-
wervel door den nekband verbonden is met de punt van het achterhoofdsbeen.
De banden der gewrichtsuitsteeksels zijn z.g. beursbanden.
In de wervelkolom is beweging mogelijk naar alle richtingen n.1.: naar
voren en achteren, naar rechts en links en draaien om de lengteas.
De beweeglijkheid is voor een groot deel afhankelijk van de tusschen-wervel-
schijven, van de grootte der wervellichamen, van de plaatsing der uitsteeksels
en de verschillende banden.
1. Beweging naar voren en achteren.
Naar voren het verst, door den stand der gewrichtsuitsteeksels.
2. Beweging naar rechts en links.
In de lendenstreek het minst, in borst- en halsgedeelte het meest,
ü. Beweging om de as.
Het meest in de borststreek, het minst in de lendenstreek.
Vereeniging van de wervels met de ribljen.
Isto gewricht: ribbehoofdje en lichamen der wervels.
„ : ribbeknobbeltje en dwarse uitsteeksels.
Men vindt de volgende banden: '
a. De beursbanden, dit zijn de rib-wervellichaamsbanden.
h. Een versterkingsband, straalband genaamd, die aan de voorzijde van het
gewricht tusschen wervel en rib is gelegen,
c. Verder een versterkingsband, die aan de achterzijde is gelegen. Door
breede banden, loopende van het dwarse uitsteeksel van een wervel naar
den hals van de volgende rib, wordt eene naar-beneden-zakking van
deze einden verhinderd.
De beide verbindingen der ribben aan de wervels (de beide laatste ribben
insereeren zich niet met de dwarse uitsteeksels) fungeeren als één gewricht,
waardoor het werveldeel der ribben om zijne lengteas kan draaien. Hierdoor