Boekgegevens
Titel: Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Auteur: Edelman, H.
Uitgave: Veendam: Æ.E. Kluwer, 1891
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3656
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202764
Onderwerp: Geneeskunde: anatomie (geneeskunde)
Trefwoord: Anatomie, Menselijk lichaam, Spieren, Bewegingsleer, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
b. De buitenste zijdelingsche band, ontspringt aan het achterste gedeelte
van den jukboog en hecht zich vast aan de buitenvlakte van de onder-
kaak (hals).
c. De binnenste zljdehngsche band, ontspringt van den grooten vleugel van
het wiggebeen en loopt naar de binnenzijde van de onderkaak.
De beweging is drieërlei, n.L:
Zydelingsch,
Op- en neer en
Vóór- en achterwaarts.
De bewegingen van het hoofd zijn ten deele een gevolg van de bewegingen
der halswervels, ten deele ook van bewegingen in de gewrichten tusschen
achterhoofd en atlas en tusschen atlas en draaier.
A, Het atlas-achterhoofdsgewricht is een twee assig knokkelgewricht, tusschen
de gewrichtsknokkels van het achterhoofdsbeen en de holle gewrichts-
groeven van den atlas.
De voornaamste beweging is vóór- en achteroverbuigen en een weinig
zijwaarts buigen, dit laatste hoofdzakelijk door de halswervels.
B. Het atlas'draaiergewricht, tusschen de onderste gewriclitsvlakten van
den atlas en de bovenste van den draaier en een draaigewricht tusschen
den tand van den draaier en den voorsten halven ring van den atlas.
De beweging is die van atlas en hoofd om een verticale as, dus draaiing
van het hoofd.
De banden zijn de volgende:
a. De beursband, die den gewrichtsknokkel van het achterhoofd en den
bovenrand van het gewrichtsvlak van den atlas omgeeft.
Bijzondere banden zijn:
b. De voorste sluitband.
c. De achterste sluitband.
Deze vullen de ruimten tusschen den voorrand van het achterhoofds-
gat en het voorste en achterste gedeelte van den atlasring.
d. De dwarsband, welke den tand tegen den voorrand van den ring sluit
en daardoor tevens in eene kleine voorste en eene grootere achterste
helft verdeeld Avordt.
De kruisband; van uit het midden van dezen band loopen strooken naar
boven en beneden, die zich hechten aan het achterhoofdsgat en aan het
hchaam van den draaier.
ƒ. De schortband van den tand, loopt van den voorrand van het achter-
" hoofdsgat naar den tand van den draaier.
g. De vleugelbanden van den tand, vereenigen den tand direct met het
achterhoofd, waardoor het hoofd nog steviger met den atlas verbonden
wordt.
Vereeniging van de wervels onderling.
De verschillende wervels zyn onderling verbonden door banden, die aan de
ruggegraat eene vrij groote stevigheid geven, het in het kanaal gelegen
ruggemerg helpen beveiligen en toch beweging naar alle kanten toelaten.