Boekgegevens
Titel: Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Auteur: Edelman, H.
Uitgave: Veendam: Æ.E. Kluwer, 1891
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3656
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202764
Onderwerp: Geneeskunde: anatomie (geneeskunde)
Trefwoord: Anatomie, Menselijk lichaam, Spieren, Bewegingsleer, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
Hulpbanden dienen tot versterking van den kapselband en heeten eigenlijk
versterkingshanden, maar vaak beperken ze ook de bewegingen, b.v. om zijde-
lingsche bewegingen onmogelijk te maken. Men noemt ze dan beperkitigsbanden.
Het contact der beenoppervlakken met elkaar is blijvend door 2 factoren:
1». door de spanning der spieren, rondom het gewricht liggend,
2». door het luchtledig zijn van het gewricht.
De gewrichten worden verdeeld in:
1. Platte gewrichten, b.v. het heup heiligbeensgewricht.
2. Eén-assige gewrichten. Draaiing om één as.
a. het scharniergewricht (buigen en strekken) v.b. het elleboogsgewricht,
b. het draai- of rolgevvricht, het eene been beweegt zich om het andere
v.b. ellepilp-spaakbeensgewricht.
3. Twee-assige gewrichten. Draaiing om 2 assen.
a. het knokkelgewricht, v.b. atlas-achterhoofdsgewricht.
b. het zadelgewricht, v.b. gewricht tusschen handwortel en middelhands-
been van den duim.
4. Vrije gewrichten of Kogel-gewrichten, ook wel veelassige gewrichten
genoemd: een kogeloppervlak aan het eene beenstuk sluit tegen een
oppervlak aan, dat den binnenwand van een kogelvormige holte bekleedt.
Met behulp van dit gewricht kan beweging plaats hebben om alle door
het middenpunt van den kogel gaande lijnen als as. Voorbeelden van
een dergelijk gewricht:
Het schouder- en heup- of dygewricht.
Banden.
Banden zijn peesachtige strooken van vezelachtig, buigzaam en niet uitrek-
baar weefsel, die meest tot verbinding van skeletdeelen dienen. Zij zitten op
eenigen afstand van het gewrichtskraakbeen aan de beenderen vast, en zijn
er zoo innig mee verbonden, dat men eerder het been kan breken of den
band verscheuren, dan den laatste losrukken van de plaats, waar hij vast zit.
Zij worden verdeeld in:
1. Stijve banden, die bestaan uit peesachtig bindweefsel (pezen der spieren)
en dienen tot stijve verbinding der beenderen. Bij uitbreiding in de vlakte
lieeten ze vliezen of membranen.
2. Elastische banden, die uit elastische vezels bestaan en een gele kleur
hebben, b.v. de gele banden aan de wervelkolom.
I. HET HOOFD EN DE WERVELKOLOM.
Het onderkaaksgewricht is een tweekamerig gewricht, dat het gewrichtsuit-
steeksel van de onderkaak met de gewrichtsgroeve van het slaapbeen vereenigt.
De volgende banden komen aan dit gewricht voor:
a. Do beursband, die zeer ruim is en zich aan het slaapbeen en aan het
bovenste deel van den achtersten tak der onderkaak hecht.