Boekgegevens
Titel: Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Auteur: Edelman, H.
Uitgave: Veendam: Æ.E. Kluwer, 1891
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3656
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202764
Onderwerp: Geneeskunde: anatomie (geneeskunde)
Trefwoord: Anatomie, Menselijk lichaam, Spieren, Bewegingsleer, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Vorige scan Volgende scanScanned page
GEWRICHTEN EN BANDEN.
Wijze van yerbiiidiiig der beendoren.
Gewoonlijk onderscheidt men drie verbindingswijzen:
1». De onbeweeglijke,
2". De gedeeltelijk beweeglijke en
3". De beweeglijke verbinding (Gewrichten).
Onbeweeglijk zijn die beenderen met elkander verbonden, die in eene naad
aan elkander grenzen en met tanden in elkaar grijpen (ware naden), zooals
de schedelbeenderen. Soms ook liggen de beenderen over eene groote opper-
vlakte op elkaar (schubnaad), b.v. het slaapbeen op het wandbeen.
Gedeeltelijk beweeglijk noemt men die verbinding, waarbij twee beenstukken
tegen elkander geplaatst zijn, slechts van elkander gescheiden door eene plaat
kraakbeen.
Deze wijze van verbinding heet symphyse (voege).
Voorbeelden er van heeft men in de verbinding der wervellichamen met de
daartusschen geplaatste tusschenwervelschyven,schaambeensvoege. Aan beenderen
op die wijze met elkander verbonden is eene zekere mate van beweeglijkheid
van het eene been ten opzichte van het andere eigen.
Bij de beweeglijke verbinding of gewricht sluiten de gladde met kraakbeen
bekleede oppervlakken gewoonlijk onmiddellijk tegen elkander. Een gewricht
kan men zich uit eene voege ontstaan denken. In het tusschenkraakbeen
ontstaat eene holte, de gewrichtsholte, terwijl van het kraakbeen alleen de
bekleeding der beenoppervlakken overblijft (hyalien kraakbeen). De beenderen
zijn door een beursband of kapselband met elkaar verbonden, welke zich scheidt
in 2 lagen, den eigenlijken kapselband (buitenste) en een binnenste weekere laag,
het synoviaalvlies, dat voorzien is van kliertjes en eene taaie vloeistof afscheidt,
het synovia, lidvocht of gewrichtssmeer. De kapselband staat in verbinding
met de beenvliezen der beenderen, die hij verbindt en is meestal niet overal
even dik; vaak liggen lagen geheel zelfstandig en worden dan liulphanden
geheeten. Het gebeurt ook wel, dat het oorspronkelijk kraakbeen niet geheel
verdwijnt, zoodat er in het midden der gewrichtsholte eene schijf (bandschljO
overblijft en tusschenkraakbeen heet; het gewricht heet A^n tweekamerig {v.h.
onderkaaksgewricht, sleutelbeen-schouder- en sleutelbeen-borstbeengewricht).