Boekgegevens
Titel: Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Auteur: Edelman, H.
Uitgave: Veendam: Æ.E. Kluwer, 1891
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3656
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202764
Onderwerp: Geneeskunde: anatomie (geneeskunde)
Trefwoord: Anatomie, Menselijk lichaam, Spieren, Bewegingsleer, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Vorige scan Volgende scanScanned page
\ /
17
ooröprong. \ v Tnplanting.X . ^^ 1
Binnenknobbel opperarmbeen, binnenste zijband van den elle- boog en kroonuitsteeksel v/d ellepijp en spaakbeen. Tweede lid van den — vinger. Loopt onder den hand- | palmband door en splitst zich in vier j pezen. ;
Bovenste gedeelte van de binnen- vlakte van de ellepüp en den tusschenbeensband. 3<ie kootje van den 2 '®" tot den 5den vinger.
Binnenvlakte spaakbeen. Tweede duimkootje.
Buitenknobbel opperarmbeen. Met vier pezen aan den rug van het eerste kootje van vinger 2 - 5. Iedere pees verdeelt zich nog weer in 3 takken.
Kam van de ellepüp. Eerste duimkootje.
» Tweede duimkootje.
.EDEMATEN.
2ie vroeger. Zie vroeger.
» Zie vroeger. }} Zie vroeger. Deze spier kan het been ^ ook af-en aanvoeren.
Zie vroeger. Zie vroeger.
n 5chaambeensknobbel en schaam- beensvereeniging. n Middelst Va deel van de scherpe iyn van het dijbeen.
Bchaambeenstak. Onderste schaambeenstak, sitbeen en zitbeensknobbel. Boven de inplanting van den langen aanvoerder, tot den kleinen draaier. Geheele binnenzijde van het dybeen, v/d kleinen draaier tot den binnenknobbel vJh. dijbeen. Trekken het boven- been tevens naar binnen.
Schaambeenskam. Kleine draaier v/h dybeen. Buigt tevens het been.
Voorvlakte van het heiligbeen. Loopt door de groote zitbeensin- snijding,treedt buiten het bek- ken en hecht zich vast a/d top en groeve v/d grooten draaier.
S^an den inwendigen omtrek van het gesloten gat en den sluit- band. • Loopt door de kleine zitbeens- insnyding en hecht zich aan de achterzijde van de groeve van den grooten draaier. 2