Boekgegevens
Titel: Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Auteur: Edelman, H.
Uitgave: Veendam: Æ.E. Kluwer, 1891
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3656
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202764
Onderwerp: Geneeskunde: anatomie (geneeskunde)
Trefwoord: Anatomie, Menselijk lichaam, Spieren, Bewegingsleer, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Vorige scan Volgende scanScanned page
Oorsprong.
15
Inplanting.
Zie vroeger.
Met 2 hoofden: het lange met
een dunne pees van den boven-
rand v/d gewrichtsvlakte van
het schouderblad en het korte
hoofd van het ravenbeksuit-
steeksel van het schouderblad.
a/d voorzijde van het opperarm-
been (onderste gedeelte.)
Met 3 hoofden, het lange: bui-
tenrand van het schouderblad
onder de gewrichtsholte, de 2
andere hoofden van de bui-
tenste en binnenste vlakte
van het opperarmbeen.
Buitenknobbel opperarmbeen.
Binnenknobhel opperarmbeen.
Buitenknobbel opperarmbeen.
Zie vroeger.
Spaakbeensknobbel.
Buitenknobbel opperarmbeen.
Buitenkant v/h opperarmbeen,
onderste 3<ie gedeelte.
Binnenknobbel opperarmbeen
Onderste gedeelte voorvlakte
ellepup.
Kapsel van het elleboogsge-
wricht en het kroonuitsteek-
sel v/d ellepijp.
Haakvormig uitsteeksel van de
ellepüp.
Achterbuitenvlakte van het bo-
venste gedeelte van deellepijp.
2''® en 3'^® middelhandsbeen.
Handpalmpeesvlies.
Erwtebeentje.
Rugvlakte basis 2<^nniddelhands-
been.
Rugvlakte basis 3''®middelhands-
been.
Rugvlakte basis 5''®middelhands-
been.
Voorvlakte van het spaakbeen.
Stijlvormig uitsteeksel van het
spaakbeen.
Midden voorvlakte spaakbeen.
Binnenvlakte spaakbeen.
Omlaag en naar voren
door de groote borst-
spier, naar omlaag
en naar achteren
door de breede rug-
spier en deschouder-
spieren, behalve de
bovengraatspier.
Supineert, d. i. draait
den arm tevens bui-
tenwaarts.
Verhindert tevens, dat
bil buiging de kap-
selband in de klem '
raakt.
Deze spier wordt ook
wel beschouwd als
het 4''« hoofd van de
3hoofdige armspier.
Buigt tevens den voor-
arm.
Draait het onderste
gedeelte van het
spaakbeen om de
ellepüp.