Boekgegevens
Titel: Leerboek der meetkunde
Deel: II Leerboek der stereometrie / door J.C. Eger
Auteur: Eger, J.C.
Uitgave: Leiden: E.J. Brill, 1884
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202752
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
•169
c.M. Als in dien driehoek de lijn A D getrokken wordt, die B C
middendoor deelt, en de geheele driehoek om A C als as wen-
telt, hoeveel inhoud heeft dan het lichaam door de wenteling
van driehoek ABD ontstaan?
122. Van een anderen driehoek ABC is AB = 26, BC = 28
en A C = 30 c.M. Als deze driehoek om de zijde B C wentelt,
hoeveel inhoud heeft dan het lichaam dat daardoor ontstaat?
123. Als in dezen driehoek de lijn B D getrokken wordt, die
A C middendoor deelt, welke is dan de inhoud van het lichaam
door de wenteling van driehoek A B D, en van dat door de wen-
teling van driehoek B C D veroorzaakt ?
124. Maar als DE zoo getrokken wordt, dat zoowel AB als
A C midden door gedeeld worden, welke is dan de inhoud van
het lichaam door de wenteling van B C E D verkregen.
125. En welke is de inhoud van het lichaam door de wente-
ling van driehoek ADE ontstaan?
126. Van driehoek ABCisAB = 6, BC = 8, AC = 10c.M.
Deze driehoek wentelt om eene daarbuiten gelegen as. Wanneer
gegeven is dat de loodlijn A A' = 11, C C' = 5 en B B' = 12^1
C.M., hoeveel inhoud heeft dan het omwentelingslichaam?
NB. Is de opgave van BB' noodig? Onderzoek of deze lijn
uit de andere gegevens kan berekend worden?
127. Welke is in deze figuur de afstand van het zwaartepunt
des driehoeks tot de as?
128. Eene ruit A B C D, waarvan de diagonaal A C = 24 en
BD = 10 is, wentelt om eene as A'C'. Wanneer de loodlijnen
A A' = 18 en C C' = 12 zijn, welken inhoud heeft dan het lichaam
dat door de wenteling van de ruit in dien stand verkregen is?
129. Maar als AA' = GC' = 12 ware, welk zou dan het ant-
woord zijn?
130. Een regelmatige zeshoek van 1 d.M. lengte op elke zijde
wentelt om eene as die 4 d.M, van het middelpunt der figuur
vei-wijderd is. Bereken den inhoud van het ringvormige lichaam.