Boekgegevens
Titel: Leerboek der meetkunde
Deel: II Leerboek der stereometrie / door J.C. Eger
Auteur: Eger, J.C.
Uitgave: Leiden: E.J. Brill, 1884
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202752
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
•109
voor driehoek ABC tot den tweehoek C A C' B; ook driehoek
C A' B', die gelijk is aan driehoek A B C', wordt de aanvullings-
hoek van driehoek ABC tot genoemden tweehoek geheeten.
Wanneer men vier of meer punten, willekeurig op het opper-
vlak van den bol gekozen, opvolgend twee aan twee door bogen
van groote cirkels verbindt, sluiten deze bogen een vlak in dat
bolvormige veelhoek genoemd wordt. Deze veelhoek naar het
aantal zijden of bogen door bijzondere namen onderscheiden in
bolvormigen vierhoek, vijfhoek, enz. kan evenals de vlakke veel-
hoek in de Planimetrie met en zonder inspringende hoeken voor-
komen.
Evenals men dat gedeelte van den inhoud des bols dat door
twee platte vlakken A C A' O A en A B A' O A en het daartus-
schen gelegen gedeelte van het boloppervlak een tweevlakkige
bolvormige sector heet, evenzoo wordt het gedeelte, dat door de
cirkelsectoren AOC, AOB en BOG en den daartusschen lig-
genden bolvormigen driehoek ABC ingesloten is, een drievlak-
kige bolvormige sector genoemd.
Verbindt men op dezelfde wijze vijf punten A, B, C, D, E
op het oppervlak van den bol gekozen eerst tot een bolvormigen
vijfhoek A B C D E, trekt men daarna de stralen A O, B O, C O,
DO en EO en denkt men tusschen elk opvolgend paar stralen
platte vlakken, die hier worden de cirkelsectoren AOB, BOC,
CDO, DOE en EOA, welke elkander alle in het middelpunt
O ontmoeten, dan heet het lichaam door deze vijf cirkelsectoren
en den genoemden bolvormigen vijfhoek ingesloten, een bolvor-
mige vijfvlakkige sector.
Over het oppervlak van die figuren en den inhoud van ge-
noemde lichamen zullen wij spreken, als wij vooraf het opper-
vlak en den inhoud van den bol gevonden hebben.