Boekgegevens
Titel: Leerboek der meetkunde
Deel: II Leerboek der stereometrie / door J.C. Eger
Auteur: Eger, J.C.
Uitgave: Leiden: E.J. Brill, 1884
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202752
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
i
i/
I
<
HOOFDSTUK VI.
DE BOL.
§ 22.
EIGENSCHAPPEN VAN DEN BOL.
Wanneer een halve cii-kel wentelt om zijne middellijn tot h^'
eene geheele wenteling maakt, vormt hij een gesloten vlak, dat
bolvlak genoemd wordt en dat een lichaam insluit, dat 6oi ge-
noemd wordt.
Een hol is dus een lichaam, dat ontstaat door de wenteling
van een halven cirkel om zijne middellijn.
Alle punten op den omtrek van den halven cirkel liggen op
gelijken afstand van het middelpunt en onder het draaien is de
straal van den cirkel niet verlengd of verkort, daaruit volgt
natuurlijk, dat alle punten op het oppervlak van den bol op
gelijken afstand van het middelpunt liggen.
Het bolvlak is derhalve een regelmatig gebogen vlak.
I. De bol en de rechte lijn. Wanneer eene rechte lijn op eene
plaats door het bolvlak heen gaat, moet zij op eene andere plaats
er weder door heen gaan; want bij de eerste snijding kwam zij
binnen het lichaam van den bol, dus moet er eene andere plaats
zijn, alwaar zij, bij verlenging, weder den bol verlaat.
Eene rechte lijn heeft dus in het algemeen twee punten
met het bolvlak gemeen.