Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Auteur: Bouwmeester, B.J.
Uitgave: Leeuwarden: M.O. Jongbloed, 1895
Leeuwarden: Coöperatieve Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2274
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202737
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
gevierd worden, en om dat waardiglijk te kunnen doen
was het denkbeeld verrezen bij die gelegenheid een blijvend
museum voor kunstnijverheid te stichten , welk denkbeeld
door Directeuren werd aangenomen en in de algemeene ver-
gadei'ing van 1872 bekrachtigd. Onmiddellijk daarna wend-
den Directeuren zich tot de Kegeering, waarvan het gevolg
was , dat de Maatschappij voor haar doel de beschikking
kreeg over een gedeelte van het Paviljoen te Haarlem;
terwijl in 1873 de Secretaris der Maatsch.appij het South
Kensington Museum bezocht met het doel daar inlich-
tingen te ontvangen aangaande de wijze, waarop een der-
gelijk museum , schoon op kleiner schaal, in Nederland
zou kunnen worden opgericht.
Het bezoek aan het Londensche Museum leidde tot de
vorming van een plan, dat ook in een verslag aan de
algemeene vergadering van 1873 was voorgesteld en
daarin bestond, dat het eenvoudige doel, het aanschouwelijk
maken van de eerste regelen der Kunst en van hare
meest karakteristieke vormen ten dienste der nijverheid,
streng in het oog moest gehouden worden, en men
daarom eenvoudig moest beginnen met een juiste voor-
stelling van de verschillende zuivere stijlen, die in de
Nijverheid van algemeene toepassing zijn , opdat het oog
des nijveren gevoelig worde gemaakt voor eenheid van stijl
en opvatting en voor den störenden indruk van alle zonden
tegen den styl in het algemeen. Men begon dus met eene
voorstelling te geven van het Ornament in zijne verschil-
lende stijlen en koos daartoe de meest beroemde modellen
uit den ouden en nieuwen tijd.
Voor de regeling en voorbereiding van dit alles was in
1874 door Directeuren eene Commissie benoemd, bestaande
uit de Heeren: Mr. A. J. Enschedé, A. C. Kruseman,
Prof. V. S. M. van der Willigen en F. W. van Eeden,
welke Commissie in 1876 is vermeerderd met den Heer
S. J. Graaf van Limburg Stirum. Het is die Commissie ,
die in talryke vergaderingen allengs het plan in bijzon-
derheden heeft uitgewerkt, de aankoopen van de beste
modellen regelde en de beschikbare lokalen zoo goed