Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Auteur: Bouwmeester, B.J.
Uitgave: Leeuwarden: M.O. Jongbloed, 1895
Leeuwarden: Coöperatieve Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2274
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202737
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het gevolg hiervan was , dat tal van Industriescholen
in alle deelen van het Rijk verrezen, waar door een
methodisch georganiseerden ontwikkelingsgang van het
Teekenonderwijs en geholpen door alle noodige hulpmid-
delen het schitterende resultaat werd verkregen , dat de
Weener Fabrikanten van luxeartikelen op de Parijsche
Boulevards hunne groote magazijnen hebben, en menig
ameublement van Weener herkomst op de Wereldtentoon-
stelling door Fransche koopers werd besteld.
d. Diiitscldand. Gelijktijdig met Oostenrijk sloeg ook
Dnitschland de hand aan het werk. Daardoor bezit ook
Duitschland zijn Gewerbe-Museum en hield het tal van
Kunstnijverheidstentoonstellingen , om de belangstelling van
het publiek in de kunstnijverheid gaande te houden.
e. Italië. Zelfs in het klassieke land der schoonheid ,
in Italië, l)leef men bij die verschillende pogingen der
overige Europeesche volken niet achter. In die jaren ver-
rezen ook daar bijna in elke groote stad musei d'arte in-
dustriale , waaruit ten volle te bewijzen is , dat men ook
daar de meening is toegedaan , dat niets meer de opvoe-
ding van het schoonheidsgevoel bevordert dan de studie
van de schoonste werken uit de beste tijdperken.
f. Nederland. Zooals in het begin van dit hoofdstuk
reeds gezegd is , ging ook Nederland gevoelen , dat het
noodig was zijn aandacht te wijden aan de belangen der
Kunstindustrie ; dat de tijd al lang gekomen was om ook
hier het voorbeeld te volgen van andere landen, ten einde
niet langer achter te blijven , en die middelen in het
leven te roepen, die elders met zulk een bijzonder succes
waren toegepast. Reeds in 1864 wei'd de aandacht der
Leden van de Nederlandsche Maatschappij ter bevordering
van Nijverheid op de Nederlandsche Kunstnijverheid ge-
vestigd door een in haar tijdschrift opgenomen bijdrage:
„ Versiering en Kunststijl'' in Nederland.
In 1877 zou het Eeuwfeest der Maatschappij feestelijk