Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Auteur: Bouwmeester, B.J.
Uitgave: Leeuwarden: M.O. Jongbloed, 1895
Leeuwarden: Coöperatieve Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2274
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202737
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
afbeeldingen van de behandelde voorwerpen te teekenen,
die voldoende zullen zijn om zonder bijvoeging van woord
of schrift den beschouwer een volkomen denkbeeld te
geven van het onderwerp. Vormen en afmetingen kunnen
door teekening volkomen gegeven worden.
De practische teekenoefeningen leggen den leerlingen
perspectievische afbeeldingen voor, die vergezeld gaan van
omschrijving. Zij worden door den onderwijzer met hen
besproken en ontleed. De verschillende onderdeden moeten
zoo worden in teekening gebracht, dat van alles, wat
daaraan valt op te merken, uit de teekening te lezen is.
Het praktische van zulke oefeningen moet duidelijk in
het oog springen, indien wy bedenken, dat, in welke rich-
ting het teekenonderwijs ook geleid moge worden, het
toch altijd dienstbaar zal moeten gemaakt worden aan de
ontwikkeling van het waarnemings- of voorstellingsvermogen.
Wanneer wij leerlingen willen inwijden in de eerste ge-
heimen van het Teekenen naar de natuur, d. i. in het
weergeven van perspectievische indrukken van eenvoudige
voorwerpen , dan trachten wij hen eerst bekend te maken
met den waren vorm daarvan, en wijzen hen op de eigen-
schappen dier voorwerpen. De door mij gegeven oefe-
ningen zijn dus eene goede voorbereiding voor het Tee-
kenen naar de natuur , en hebben dit voordeel , dat zij ,
ook zonder die bestemming op zich zelf, de leerlingen de
Teekenkunst doen leeren kennen als een in het dagelijksch
leven en bij het ambacht noodige en bruikbare taal.
De eerste in deze richting gegeven oefeningen (Xde
deeltje) bestaan uit vraagstukken , voorwerpen betreffende,
die begrensd zijn door rechthoekig op elkander staande
platte vlakken. Aan die voorwerpen komen dus vóór-,
boven-, zij- en onderkanten voor. Die verschillende zijden
van zulk een perspectievisch voorgesteld voorwerp moeten
door den leerling in den waren vorm geteekend worden
en die verschillende Teekeningen zoo ten opzichte van elk-
ander geplaatst worden , dat het verband dier deelen dui-
delijk in het oog springt en het den beschouwer mogelijk
wordt uit die deelen een juist begrip te krijgen van het