Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Auteur: Bouwmeester, B.J.
Uitgave: Leeuwarden: M.O. Jongbloed, 1895
Leeuwarden: Coöperatieve Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2274
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202737
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
69
der verscliillende waargenomen sclujnvormen, die van zoo-
veel verschillende omstandigheden afhangen.
Met projectievische voorstellingen is dit een heel ander
geval. De verklaring van de wijze, waarop zulk eene Tee-
kening moet gedacht worden ontstaan te zijn, is met
goeden wil en juisten tact in de Lagere school zeer goed
te geven. In de hier voorafgaande bladzijden heb ik dui-
delijk als mijne meening doen blijken , dat projectievisch
Teekenen op de Lagere school op den voorgrond moet tre-
den, wanneer men n.1. van het daar gegeven Teekenonder-
wijs praktische resultaten wil zien. Wel wordt door som-
migen zeer terecht opgemerkt, dat de leerlingen de hen
omringende voorwerpen altijd perspectievisch zien, maar dit
bewijst volstrekt niet, dat zij daardoor geneigd zullen zijn
die perspectievische Teekening te maken, wanneer by hen
de lust ontwaakt om de verkregen indrukken weer te geven.
De leerling is gewoon de voorwerpen , die hij nader wil
leeren kennen . achtereenvolgens van verschillende kanten
te bezien. Juist door die reeks waargenomen verschillende
schijnvormen leert hij den waren vorm kennen. Het zal
hem door de verkregen bekendheid met den vorm en de
hem betrekkelijk gemakkelijk aan te brengen noodige ken-
nis onder een goede leiding gemakkelijker vallen een Tee-
kening te maken van den waren vorm dan van een vluchtig
waargenomen, steeds veranderden schijnvorm. Voor het
maken van een Teekening van de oneindig veel verschil-
lende perspectievische indrukken, die wij van een voorwerp
kunnen ontvangen, is noodig of een verbazend geoefend
oog , öf een sterk geheugen , öf wel veel kennis van de
wetenschap, die wij perspectief of doorzichtkunde noemen.
Van dit alles kan bij kinderen van de Lagere school geen
sprake zjjn.
Wanneer ik spreek van het onderwijs in het projectie-
teekenen op de Lagere school, dan heb ik niet dat onder-
wijs op het oog, dat op Middelbare- of op Teekenscholen
gegeven wordt, als toepassing van de beschrijvende meet-
kunde of inleiding van het bouw- of werktuigkundig Teekenen.
Dergelijk onderwijs , de leer der projectiën genoemd , zou