Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Auteur: Bouwmeester, B.J.
Uitgave: Leeuwarden: M.O. Jongbloed, 1895
Leeuwarden: Coöperatieve Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2274
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202737
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
den kinderen eigen geworden , en de wijze , waarop elke
Teekening moet aangevangen worden , is telkens voldoende
aangetoond.
Gelijk bij de vooroefeningen is in den regel dezelfde
Teekening bij herhaling voor een gedeelte begonnen. Bij
elke hervatting zijn de gegevens minder geworden. De
gegeven hulplijnen of punten zijn altijd zoo gekozen,
dat zij in overeenstemming zijn met den voi'm van het
onderwerp , en niet, zooals in vele series is op te merken,
zijn de vormen gemaakt naar de hulpmiddelen. In de
bedoelde series zijn meestal de onderwerpen geteekend op
een netwerk van ruitjes (kwadraten). Dezen bepalen dan
zoowel den vorm als de verhouding der voorwerpen. Deze
hulpmiddelen geven aanleiding tot slaafsche navolging,
die niet het minste kan medewerken tot oefening van oog
en hand en het opmerken van juiste verhoudingen.
d. Volgende zeven deeltjes.
Ook voor de volgende zeven deeltjes kan de toelichting
zeer kort zijn , want ook daar komen de noodige opmer-
kingen in voor en wordt de aandacht des leerlings ge-
vestigd op dat, wat voor hem van belang is, en dat
waarvoor hij zijnen onderwyzer om inlichtingen moet vragen.
In het bijzonder wordt hier onder de aandacht van den
onderwijzer gebracht, dat alle voorbeelden, die als toe-
passing , hetzij van rechte of gebogen lijnen zijn gegeven,
altijd projectievische voorstellingen zijn en geen enkel voor-
werp perspectievisch is voorgesteld.
Het wordt tegenwoordig algemeen aangenomen, dat het
copieeren van perspectievische Teekeningen in geen geval
bij het elementair Teekenonderwijs van eenig nut kan zijn.
Kan nu volgens mijne meening in sommige gevallen wel
iets vóór het copieëren van perspectiefteekeningen gezegd
worden, algemeen is men van oordeel, dat perspectievische
verschijnselen het eerst in de natuur of op de natuurlijke
vormen zelf moeten worden waargenomen. Dit staat in
elk geval vast: op de Lagere school kan niet met eenig
succes eene verklaring gegeven worden van het ontstaan