Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Auteur: Bouwmeester, B.J.
Uitgave: Leeuwarden: M.O. Jongbloed, 1895
Leeuwarden: Coöperatieve Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2274
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202737
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
in de serie Teekenvoorbeelden voorkomende oefeningen,
moeten, behalve oefening van oog en hand, dienstbaar
gemaakt worden aan het aanbrengen van „kennis".
Het eerste deeltje moet het middel zijn om den leer-
lingen een juist begrip te geven van de beteekenis, die
lijnen in de Teekenkunst hebben. Daarom zijn in dit boekje
eenige opmerkingen voor de leerlingen aangebracht. Die
opmerkingen inoeten voor den onderwijzer de aanleiding
zijn om de behandelde onderwerpen geheel in overeen-
stemming met de bevatting der kinderen te bespreken.
Nauwkeurige voorschriften omtrent de wijze van bespre-
king kunnen door mij niet gegeven worden , omdat door
mij geen bepaling is gemaakt van den leeftijd, dien de kin-
deren zouden moeten hebben , om met deze oefeningen een
aanvang te nemen , en ik van de onderstelling kan en
mag uitgaan , dat den onderwijzer van de Lagere school,
toegerust met de noodige kennis voor het Teekenen , ge-
rust kan toevertrouwd worden die kennis aan kinderen
over te dragen. Mijne ondervinding in het bovengenoemde
geeft mij aanleiding den onderwijzer aan te raden het
Teekenonderwijs aan te vangen met kinderen van zeven-
jarigen leeftijd. Door de den kinderen in den mond gegeven
vragen is eenig denkbeeld gegeven van de kennis, die den
leerlingen moet aangebracht worden : men beschouwe die
gegevens echter niet als voldoende of volledig. De onder-
werpen in de elkander opvolgende deeltjes voorkomende
wijzen als van zelf de stof ter bespreking aan.
e. Tweede deeltje.
Het tweede deeltje, waarin hoofdzakelijk samenstellingen
voorkomen van de oefeningen uit het eerste deeltje , be-
hoeft dientengevolge weinig toelichting. Alleen zij opge-
merkt , dat de aandacht der leerlingen in vele gevallen
moet gevestigd worden op de maatverhoudingen, en is het
den onderwijzer aanbevolen in dat opzicht bijzonder streng
te zijn. De in dit deeltje voorkomende toepassingen zijn
mede samenstellingen van de vooroefeningen. De voor de
omtrekken der voorgestelde voorwerpen noodige lijnen zijn