Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Auteur: Bouwmeester, B.J.
Uitgave: Leeuwarden: M.O. Jongbloed, 1895
Leeuwarden: Coöperatieve Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2274
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202737
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
h. Oefeningen in het Teekenen van gebogen lijnen,
■cirkels, cirkelbogen en vrijgebogen lijnen. Toepassingen
van deze lijnen op figuren en voorwerpen, ontleend aan de
dagelijksche omgeving der kinderen. De deeltjes 4 tot en
met 9 zijn aan deze oefeningen gewijd.*)
B. Pyaliisclie toepassingen.
De praktische toepassingen bestaan uit:
a. Oefeningen in het lezen van Teekeningen , die zijn
samengesteld door lood- en waterpaslijnen , lood-, water-
pas- en schuine lijnen en rechte- en gebogen lijnen.
b. Schriftelijke opgaven. Zij zijn opgenomen in het lOde,
11de en 12i-le deeltje.
111. Yooroefeiiiiigoii met toepiissiiigeii.
a. Algemeene loorschriften.
De samenstelling der praktische Teekenoefeningen is van
dien aard , dat weinig toelichting voldoende zal zijn. Zij
wijzen bijna geheel den door den onderwijzer te volgen
weg. Ieder onderwijzer in het Teekenen weet, dat vaardig-
heid in het Teekenen van rechte lijnen tot de eerste ver-
eischten behoort, om met vrucht meer samengestelde onder-
werpen in Teekening te kunnen brengen. Hij heeft de
ondervinding opgedaan , dat het kinderen heel wat moeite
kost, eer zij die vaardigheid verkregen hebben. Verkeerd
beginnen , verzuimen een plan te maken en verkeerde be-
handeling van gereedschap geven gebrekkige resultaten.
Bij de beschouwing van de Teekenboeken moet het dade-
lijk in het oog vallen , dat bij het ontwerpen daarvan de
gedachte heeft voorgezeten , om de kinderen in het begin
veel steun te geven en dien langzamerhand te verminderen,
om ten slotte bij herhaling van hetzelfde onderwerp aan-
vang en voltooiing, zonder eenige gegevens, aan de kinderen
over te laten. Afzonderlijke Teekenboeken zijn voor die
laatste oefeningen verkrijgbaar gesteld. In vele gevallen
zal het den onderwijzer voorkomen goed te zijn, en is het
') Het negende deeltje bevat motieven, die de teekenoefeningen ook
dienstbaar maken voor het onderwys op meisjesscholen; motieven, die
hunne toepassing kunnen vinden op de vrouwelijke handwerken.
5