Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Auteur: Bouwmeester, B.J.
Uitgave: Leeuwarden: M.O. Jongbloed, 1895
Leeuwarden: Coöperatieve Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2274
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202737
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
worden tot een leervak, dat de hoogste sympathie kan op-
wekken van schooltoezicht, onderwijzers, ouders en kinde-
ren. Teneinde het daartoe te maken dient in de eerste
plaats de opleiding van onderwijzers (in dit vak) zoo te
worden, dat zij zelf het meest praktische nut er van
ondervinden. Om daartoe te komen is bijna niets anders
noodig dan een strenge en juiste opvatting van het examen-
programma. Want dat programma bevat alles, wat noodig
kan geacht worden voor den onderwijzer op de Lagere
school. Geen alinea te veel, geen te weinig, üe voor het
onderzoek beschikbare tijd is voldoende. Een candidaat
voor de onderwijzersacte behoeft niet lang de Teekenpen
voor de oogen van eem Teekenaar te hanteeren, om dezen
te doen oordeelen over zijn meerdere of mindere vaardigheid
in het Teekenen naar plaat of een eenvoudig meetkunstig
lichaam.
Er is niet veel tijd toe noodig om te weten te komen
of iemand een helder begrip heeft van projectie en door-
sneden , en het blijkt spoedig genoeg, wanneer de vragen
van den onderzoeker er op berekend zijn , of er bekend-
heid aanwezig is met de meest voorkomende perspectievische
verschijnselen. Het onderzoek naar de bekendheid met een
goeden leergang van het Teekenonderwijs geeft minder
waarborgen voor de geschiktheid van den onderwyzer in
dit vak. Het blijkt niet zelden , dat zij, die geestig over
het onderwijs en over methoden kunnen praten, niettegen-
staande dat alles zeer onpraktisch en met weinig vrucht
in hunne school werkzaam zijn.
Maar de onderwijzer, die getoond heeft bedreven te
zijn in het Teekenen van de op het examen te geven onder-
werpen , die blijken heeft gegeven zijn vooi'stellingsver-
mogen ontwikkeld te hebben , een helder begrip heeft van
eenvoudige vormen en die door teekening weet weer te
geven , zal, indien hij voor alle andere oji de L. S. onder-
wezen vakken blijkt een goed onderwijzer te zijn, ook
voor het Teekenonderwijs de rechte man op de rechte
plaats zijn. De onderwijzer van de L. S. een goed Teekenaar
zijnde zal beter Teekenonderwijzer (daar althans) zijn