Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Auteur: Bouwmeester, B.J.
Uitgave: Leeuwarden: M.O. Jongbloed, 1895
Leeuwarden: Coöperatieve Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2274
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202737
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
In de Algemeene Vergadering der Maatschappij tot Nut
van het Algemeen van 9 Aug. 1876 wei'd door het Hoofd-
bestuur voorgesteld een gouden medaille benevens een premie
van ƒ300.— uit te loven voor het beste geschrift, ,dat
in beknopten vorm, op aangename en bevattelijke wijze
zou aanwijzen, wat thans aan de ontwikkeling van het
schoonheidsgevoel op de lagere school ontbreekt en hoe
dit verholpen kan worden ; vervolgens ook wat bij voort-
gezet onderwijs noodig, nuttig en uitvoerbaar is om den
Kunstsmaak te vormen , de Kunstvaardigheid te vermeer-
deren en de juiste toepassing van de Kunst op voorwerpen
van dagelijksch gebruik te bevorderen."
Het was ook in het bovengenoemd jaar , dat de Neder-
landsche Maatschappij ter bevordering van Nijverheid, ter
gelegenheid van de viering van haar Eeuwfeest, het eerste
Museum van Kunstnijverheid te Haarlem opende.
Het spreekt van zelf, dat de aangehaalde beweging van
omstreeks 1877 reeds jaren te voren was voorbereid , en
ook jaren daarna haar werking liet voelen. Die geheele
beweging, waardoor het tijdperk omstreeks 1877 zich ken-
merkte , was het gevolg van een toestand in Nederland
op het gebied der Kunstnijverheid , die 25 jaren vroeger
in geheel Europa had bestaan.
b. Engeland. Toen het in 1851 te Londen, bij gele-
genheid van de eerste aldaar gehouden Wereldtentoonstel-
ling bleek , dat de Kunstnijverheidsvoortbrengselen weinig
artistieke oorspronkelijkheid hadden , dat de ware kunstzin
volkomen was te gronde gegaan , het gevoel voor schoone
lijnen ten eenenniale was verdwenen en men niet meer
wist, wat schoon was , toen was ook Engeland het eenige
der Europeesche rijken, dat tot het besef kwam, dat
wat ontbrak kon en moest aangeleerd worden.
Die tentoonstelling gaf dan ook aanleiding tot de stichting
van een Museum te Londen , dat aan de Historische voort-
brengselen der Wereldny verheid was gewgd. In den geest
van dat ,South-Kensington Museum''^ verrezen in alle groote
steden filialen, een menigte Industrie- en Teekenscholen