Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Auteur: Bouwmeester, B.J.
Uitgave: Leeuwarden: M.O. Jongbloed, 1895
Leeuwarden: Coöperatieve Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2274
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202737
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
over de perspectievische als projectievische kennis der candi-
daten. Zij moesten om aan hunne eischen te voldoen in staat
zijn een perspectievische Teekening te lezen, en die, als het
ware in een andere taal vertalen. Wanneer men zich tot
niet al te samengestelde voorwerpen bepaalt en deze tevens
denkt in de eenvoudigste en meest voorkomende of natuur-
lijkste standen, dan kan deze eisch zeker niet te hoog
geacht worden. Een ieder, die eenig grondig Teekenonder-
wys ontvangen heeft, kan zich in zeer korten tijd er toe
bekwamen zyn kennis van het Teekenen op deze praktische
wijze in toepassing te brengen.
Toen de examinatoren in 1893 bij de gehouden examens
in Noord-Brabant zich voornamelijk in deze ]-ichting gingen
bewegen, kwamen zij zeker tot de ervaring, dat de meesten
nimmer getracht hadden zich op zulk eene praktische toe-
passing van het Teekenen toe te leggen, en moest het
hun duidelijk blijken, dat het onderwijs door de candidaten
ontvangen niet rechtstreeks tot dat doel geleid had.
In 1894 konden zij zeker in dezen merkbaar vooruitgang
constateeren ; want, moesten zij in '93 bij het onderzoek
naar de begrippen van projecties en doorsneden hun toe-
vlucht nemen tot eene manier van examineeren , die het
meest geleek op een les geven in dat vak en hun beoor-
deeling waarschijnlijk meer naar de vatbaarheid dan wel
naar de kennis der candidaten richten , in 1894 mochten
zij de voldoening smaken, dat een en ander aanleiding had
gegeven, dat men er zich meer op had toegelegd om ook
in dit gedeelte van het examen aan de eischen van het
programma te kunnen voldoen.
Leest men in enkele verslagen dat het onderzoek naar
de begrippen van projecties en doorsneden aantoont, dat
veler voorstellingsvermogen weinig ontwikkeld blijkt te zijn,
ik acht het zoo goed als zeker dat, wanneer de eischen op
dit gebied eenigszins strenger worden, het spoedig zal blijken
dat overal, evenals door mij in Noord-Brabant is opgemerkt,
dat gedeelte van het examen voor den onderwijzer het
minste bezwaar zal opleveren. Duidelijk meen ik uit ver-
schillende verslagen te kunnen opmaken, dat de eisch van