Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Auteur: Bouwmeester, B.J.
Uitgave: Leeuwarden: M.O. Jongbloed, 1895
Leeuwarden: Coöperatieve Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2274
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202737
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
nut zal de aanstaande dorpsarbeider hebben van een aan-
tal gestileerde bladvormen , indien hij noch aanleg , noch
gelegenheid heeft die ooit te kunnen samenstellen tot orna-
mentale compositiën ? Welk belang zal hij stellen in een
leervak, waarvan hij als kind onmogelijk kan begrypen,
welk voordeel hij er later van zal hebben en waarvan
zijn onderwijzer hem even onmogelijk het nut zal kunnen
voorstellen.
XII. De perspectief op de Lagere scliool.
Het eenige middel om het Teekenonderwijs tot een volks-
onderwijs bij uitnemendheid te maken is, dat wij de daar-
aan gestelde eischen zoo eenvoudig, zoo begrijpelijk en
vooral zoo praktisch mogelijk maken. Door eenigen is reeds
naar middelen gezocht om het Teekenonderwijs daarheen
te leiden, dat het op de L. S. reeds op bescheiden wijze
aan praktisclie eischen zou kunnen voldoen. Opmerkelijk
is het, dat men meestal die middelen meende te moeten
zoeken in eene gemakkelijk te begrijpen verklaring van
perspectievische verschijnselen. Het laten teekenen naar
draadmodellen, ten einde door rechtstreeksche aanschouwing
de perspectievische wetten te leeren kennen, is ai een van
de eerste pogingen , die in het werk gesteld zijn om aan
het elementair Teekenonderwijs een meer praktische richting
te geven. Het was Dupuis er om te doen den beginnenden
Teekenaar reeds dadelijk den weg te doen kennen hoe een
voorwerp, dat meer dan eene afmeting heeft (lengte, breedte
en diepte) op een plat vlak kan voorgesteld worden. Hij
wilde die kennis doen ontstaan door juist waarnemen, door
den leerling te doen opmerken hoe een voorwerp zich aan
het oog voordoet, van uit een bepaald standpunt beschouwd.
Het is een oefening in het perspectievisch zien en het per-
spectievisch Teekenen. Wilde Dupuis met deze oefeningen
het onderwijs aanvangen, spoedig bleek het, dat dergelijk
leeren zien te moeilijk was voor jeugdige leerlingen, en men
zocht daaraan tegemoet te komen door het oog eerst te