Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Auteur: Bouwmeester, B.J.
Uitgave: Leeuwarden: M.O. Jongbloed, 1895
Leeuwarden: Coöperatieve Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2274
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202737
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
alles kan met een zeker aplomb gezegd worden en daar-
door zou met één slag uitgemaakt zijn, dat het onmogelijk
is praktische resultaten van het Teekenonderwijs op de
L. S. te verwachten. Niemand toch zal de mogelijkheid
staande willen houden , dat grondige projectieleer en per-
spectief vakken zijn, die in de L. S., en zeker in de platte-
landsscholen, met vrucht te doceeren zijn. Wij zouden dus
tot het besluit moeten komen, dat een werkelijk praktisch
resultaat van het Teekenonderwys op de L. S. tot de vrome
wenschen behoort. Het eenige resultaat zou dan kunnen
zyn „opgewekte schoonheidszin". Want leert men al door
het nateekenen van wandplaten en vlakversieringen nauw-
keurig zien en zuivere lijnen trekken , tot een toepassing
van dat geoefende oog en van die vaardige hand, daartoe
komt men zelden. Op goede gronden is het eenmaal ver-
oordeeld de perspectievische afbeeldingen of ni. a. w. Teeke-
ningen van de schijnbare vormen van lichamen te laten
copieeren. Dergelijke voorstellingen zijn niet te verklaren,
het begrip daarvan lïan slechts verkregen worden door het
ijverig Teekenen naar de voorwerpen zelf.
Zet men voorop, dat alle leerstof voor het kinderverstand
vatbaar moet zijn of vatbaar gemaakt moet worden , dan
komt men er toe om vele tegenwoordig aangeprezen motie-
ven, ontleend aan de vlakke versieringskunst, met evenveel
grond te veroordeelen en van de L. S. te verbannen , als
perspectievisch geteekende voorbeelden. Ik zet het den
besten onderwyzer van de L. S. zijn leerlingen een voldoend
antwoord te geven, als dezen hem vragen, wat is een Grieksche
palmet, een gestileerd blad of bloemvorm en wat zijn zoo-
vele andere motieven , die wij op die wandplaten telkens
te aanschouwen krijgen ? En moge hij ook trachten duide-
lijke antwoorden daarop te geven , ik ben er zeker van,
dat de leerlingen thuis komende van hun copieën dezelfde
verklaringen zullen geven als vroeger de jongen deed, die
een oog gecopieerd had. „Mijnheer zeide dat dit een oog-
is ; het zal wel zoo wezen, maar ik zeg dat het een botje is."
Laat elk onderwijs ontwikkelend zijn, reeds lang genoeg
is elk slaafsch copieeren bij het Teekenonderwijs veroor-