Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Auteur: Bouwmeester, B.J.
Uitgave: Leeuwarden: M.O. Jongbloed, 1895
Leeuwarden: Coöperatieve Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2274
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202737
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
«enige vi-uchten afwerpen, dan zullen zjj in hare toepassing
op de onder groep h behoorende leerlingen ten eenenniale
nutteloos blyken.
f. Fraktische richting.
Wanneer wij opniei'ken tot welk resultaat men in het
algemeen op de L. S. komt, en wij verdiepen ons dan in
de vraag, welk nut zal de leerling daarvan in het prak-
tische leven hebben , dan geloof ik , dat wij met daar-
op een volkomen eerlijk antwoord te willen geven een-
voudig zullen moeten antwoorden ,geen". Verstaat men
door praktisch resultaat, dat voor den leerling door het
onderwijs het Teekenen eer. tweede taal is geworden, waar-
door hij zijne gedachten aan anderen kan meedeelen of
kenbaar maken, dan zal men zeker met de uitdrukking
„geen resultaat" volkomen vrede hebben.
Nu zou men kunnei. beweren en dit zelfs op goede gron-
den kunnen verdedigen , dat een praktisch resultaat, als
boven bedoeld , op de L. S. niet te bereiken is. Men zou
daarvoor o. a. kunnen aanvoeren, dat het Teekenen een te
moeilijk vak is om te verlangen , dat kinderen van 12
jaar het reeds zoover brengen, dat zij er dat nut van heb-
ben kunnen, dat wij in den regel nog niet eens ontdekken
bij leerlingen van 15 en 16 jaren, die van hun 12'le jaar
geregeld eene Teekenschool bezocht hebben. Men zou kun-
nen beweren , dat, wil men deze vruchten van het onder-
wijs plukken , het dan noodig zou zijn , dat de leerlingen
niet alleen een tijd lang zich moesten geoefend hebben in
het Teekenen naar de natuur, om daardoor begrip te heb-
ben van perspectievische verschijnselen. Men zou zelfs kun-
nen zeggen , dat een grondige kennis van de wetten der
perspectief noodig is, om het Teekenen als een tweede taal
dienstbaar te maken, daar zonder die kennis het onmogelijk
is een voorwerp met juistheid uit het geheugen weer te
geven of een Teekening te maken van voorwerpen, alleen
in onze gedachte aanwezig, en dan zoo, dat die Teekening
denzelfden indruk op den Ijeschouwer teweeg brengt als
het voorwerp zou doen , indien het werkelijk bestond. Dit