Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Auteur: Bouwmeester, B.J.
Uitgave: Leeuwarden: M.O. Jongbloed, 1895
Leeuwarden: Coöperatieve Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2274
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202737
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
schenen zijn, doen zien, dat dit onderwijs nog veel stof
tot denken geeft en er nog veel te verbeteren valt. Men
zoekt naar meer rationeele wegen en daardoor zal men
zeker tot goede resultaten komen.
Daar is een andere kwestie, die myne gedachten reeds
lang heeft bezig gehouden.
Door de algemeene invoering namelijk van het Teeken-
onderwys staan wy voor het feit, dat aan alle jongens en
alle meisjes dat onderwijs gegeven wordt en moet gegeven
worden, zy het dat dezen in de gelegenheid zijn, dat onder-
wys ook na het verlaten der Lagere school te kunnen blij-
ven genieten of dat daartoe de gelegenheid ten eenenniale
ontbreekt. Op alle dorpen en gehuchten, aan alle kinderen,
tot welken stand zij ook behooren , voor welk beroep zij
ook bestemd zyn , wordt Teekenonderwijs gegeven. Ik ge-
loof wel , dat het de moeite waard is de gedachten eens
te laten gaan over deze omstandigheid.
Vooreerst geloof ik, dat het noodig is de Teekenonderwijs
ontvangende kinderen in twee hoofdgroepen te verdeelen :
a. In die , welke in de gelegenheid zijn het Teekenen
in andere scholen voort te zetten ;
h. De kinderen, die daartoe niet in de gelegenheid zijn.
Op die tweede groep nu wil ik de aandacht in het bij-
zonder vestigen , omdat ik meen, dat het niet gewaagd is
te veronderstellen, dat deze wel de meerderheid zal uitma-
ken. Is een zekere eenheid wenschelijk, zoo wat leerstof als
methode van onderwijs betreft, om daardoor aansluiting te
verkrijgen met voortgezet Teekenonderwys, en is voor de
onder groep a bedoelde leerlingen het niet noodig, ja zelfs
niet wenschelijk, in de eerste plaats te letten op de prak-
tische toepassing van het Teekenen in het dagelijksch le-
ven , voor de onder groep h bedoelde leerlingen moet het
praktisch resultaat op den voorgrond treden, voor hen moet
het Teekenonderwijs een afgerond geheel uitmaken.
Mogen de bestaande handleidingen voor het Teekenonder-
wys op de L. S., de eene meer dan de andere , geschikt
blijken voor groep a en zullen zij in elk geval voor dezen