Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Auteur: Bouwmeester, B.J.
Uitgave: Leeuwarden: M.O. Jongbloed, 1895
Leeuwarden: Coöperatieve Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2274
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202737
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
leiding de pen op te nemen , ten einde mijne denkbeelden
Teekenen hadden verworven, maakten daarop eene gunstige uitzondering.
Hun getal was echter betrekkelijk gering. In zeer enkele scholen slechts
waren het bevoegde personen, aan wie uitsluitend het Teekenonderwijs werd
opgedragen. De uitkomst daarvan toonde den goeden weg aan , die was
ingeslagen. Intusschen is aan het Teekenonderwijs belangrijk tegemoet ge-
komen , nu ook het Teekenen als examenvak verplichtend is gesteld voor
de acte van bekwaamheid als onderwijzer, waarvan vermoedelijk de goede
gevolgen niet zullen uitblijven.
Niet onopgemerkt mag gelaten worden, dat bij de veelheid van vakken,
die op Lagere scholen onderwezen moeten worden, aan het onderwijs in
het Teekenen een te geringe tijd kan worden toegestaan om het tot zijn
recht te doen komen, gelet tevens op den korten leertijd gemeenlijk aan
de Lagere scholen vooral ten platten lande gegund, die zelfs nog ver-
minderd moet worden met den tijd van het schoolverzuim, dat soms daar
belangrijke afmetingen heeft aangenomen. Om die reden ondervinden de
hoofdvakken op die scholen de ruimste behandeling en worden de zooge-
naamde bijvakken, waartoe ook het Teekenen behoort, onderwezen voor
zooveel tijd en omstandigheden dat toelaten. Slechts die scholen, waar
het onderwijzend personeel voltallig, de leertijd langer en de leiding van
het Teekenonderwijs goed is, maken eene gunstige uitzondering. In die
gevallen zijn de gemaakte Teekeningen inderdaad bezienswaardig. Yan niet
geringen invloed op de resultaten van het Teekenonderwijs op de Lagere
scholen is de richting, die daaraan volgens de bestaande methoden wordt
gegeven. Dat zij allen oefening van oog en hand bedoelen mag wel niet
ontkend worden, maar dat zy meer tot doel hebben het nateekenen van
figuren, dikwyls zeer samengestelde, die meer op het gebied der kunst dan
op dat van de praktijk van het Teekenen liggen — figuren, die de leerlin-
gen buiten de school in hunne naaste omgeving nergens terugvinden —
springt maar al te veel in het oog, zoodat het Teekenen niet geeft, wat
de Lagere school vordert. Moet deze in elk opzicht de eerste bouwstoffen
leveren voor het praktische leven, ook het onderwijs in het Teekenen moet
daarmede gelijken tred houden. Met dien eisch voor oogen en ziende tevens
op de middelen, die gemeenlijk op de Lagere scholen ten dienste staan ,
behoorde men, na voldoende oefening van oog en hand, te laten teekenen
wat in het dagelijksche leven kan worden waargenomen en onder het be-
grip van de leerlingen kan worden gebracht : teekeningen derhalve van
bekende voorwerpen in den eenvoudigsten vorm leidende tot een bereik-
baar praktisch doel. Op dat laatste kan niet genoeg gewezen worden,
omdat verreweg de meeste leerlingen na het verlaten der Lagere school
geen voortgezet Teekenondei-wijs ontvangen.
Die richting aan het Teekenonderwijs gegeven zal niet slechts gedurende
den leertijd, maar ook na het verlaten van de school voortdurend belang-
stelling wekken en den lust tot Teekenen gaande houden, wat het thans
niet of niet genoegzaam doet. Dan eerst zal dat leervak op eenige goede
vruchten van de Lagere scholen mogen rekenen.