Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Auteur: Bouwmeester, B.J.
Uitgave: Leeuwarden: M.O. Jongbloed, 1895
Leeuwarden: Coöperatieve Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2274
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202737
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
onderwijs eerst aanvangt, als het kind reeds wat geoefend
is in het hanteeren van schrijfbehoeften enz.
Het eerste onderwijs besta in het nateekenen van recht-
lijnige en kromlijnige figui'en , die met krijt op zwart
papier of op eenige andere duidelijke en voor ieder zicht-
l)are wjjze op groote schaal zijn uitgevoerd en op het bord
worden bevestigd. Beter nog is het, dat de onderwijzer
zelf op het schoolbord de figuren voorteekent, opdat de
leerling te voren zie op welke wijze het voorbeeld ontstaat.
Bij de opeenvolging dezer voorbeelden (figuren) zou de
onderwijzer gebruik kunnen maken van eene handleiding ,
die in hoofdtrekken de methode aangeeft, terwijl het aan
de persoonlijkheid van den onderwijzer moet worden over-
gelaten de détails te regelen naar omstandigheden en eigen
inzicht. Wij achten het hier de plaats niet een dergelijke
handleiding in haar geheel voor te stellen , maar bepalen
ons tot de volgende aanwijzingen.
Men beginne met rechte lijnen in horizontalen, verti-
kalen, schuinen, evenwijdigen, loodrechten stand en in
verbindingen tot hoeken , ruiten, veelhoeken. Men zette
deze samenstellingen van rechte lijnen voort tot symme-
trische figuren , sterren , parketverdeelingen , mozaieken
enz., ook tot bordures of bandversieringen als maeänders
en dergelijken. Vervolgens teekene men op de twee te voren
getrokken assen den cirkel, en zoodra de leerling in staat
is deze zoo zuiver mogelijk te trekken, neme men ge-
deelten van cirkels, cirkels in verbinding met elkaar en
met de rechte lijn tot eenvoudige symmetrische figuren,
rosetten , patronen enz. Ten laatste ga men over tot het
trekken van vrye gebogen lijnen en passe deze toe op bouw-
kundige profielen , eenvoudige vaasvormen , bekers en ge-
reedschap enz., in het dagelijksch leven voorkomende. Voor
deze laatste rubriek vooral kieze men de voorbeelden met
de meeste zorg, opdat slechts onberispelyk zuivere vormen
en bevallige profileeringen worden geteekend. Met eenvou-
dige motieven aan het gebied van het plantenornament ont-
leend, wordt deze eerste cursus besloten. Al deze figuren
en ornamenten moeten uit de vrije hand worden geteekend.