Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Auteur: Bouwmeester, B.J.
Uitgave: Leeuwarden: M.O. Jongbloed, 1895
Leeuwarden: Coöperatieve Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2274
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202737
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
YI. Hiipport (Ier ('oniiiiissie tot het instellen
van een onderzoek naar den toestand der Nederlandsche
Knnstnijverheid in 1878.
De richting, die wij waarnemen is geheel in den geest,
zooals die gewenscht wordt in het rapport, dat was uitge-
bracht door de Commissie tot het instellen van een onder-
zoek naar den toestand der Nederlandsche Kunstnijverheid
in 1878. Daarin toch wordt het volgende gezegd: ,Bij
het bezoek der verschillende scholen, waartoe wy gemeend
hebben te mogen en te moeten overgaan, om de middelen
te leeren kennen , die tot verbetering van den bestaanden
toestand noodig zullen zijn, en door verder onderzoek zijn
wij tot de overtuiging gekomen, dat van de inrichting van
het onderwijs , zooals die thans bestaat, niet veel geluk-
kige resultaten te wachten zijn, en de uren aan die lessen
gegeven zelfs voor een groot deel als verloren kunnen
beschouwd worden. Het Teekenonderwijs op de scholen
voor meer uitgebreid Lager onderwys werd door de wet
niet verplichtend gesteld , zoodat, voor zooverre het al
mogelijk ware dat hier en daar de beginselen onderwezen
werden en de leerlingen eenige vaardigheid daarin verkre-
gen, toch door elkander genomen maar een klein gedeelte
dier schoolbezoekers dat onderwijs zou ontvangen , en het
dus op de scholen , behoorende tot het Middelbaar onder-
wijs , voor het meerendeel weer van voren af zou moeten
begonnen worden. Bovendien is de methode op die Lagere
school gevolgd, hier méér en daar minder gewijzigd, toch
over het algemeen zóó gebrekkig en de tijd, welke aan het
teekenen gewijd wordt zóó kort, dat het den leerling toch
niet ver genoeg brengt om hem aan te sporen tot vrij-
willige meerdere oefening.
„Het gevolg is, dat de leeraren, die soms zelf onvol-
doende ontwikkeld zijn , allen moed verliezen en werktui-
gelijk het vastgestelde uur doorworstelen, trachtende door
eigen hand het werk van den leerling te verbeteren in
plaats van dezen op te wekken tot eigen inspanning en
hem datgene, wat hij ziet, te verklaren. Elkeen, die weet