Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Auteur: Bouwmeester, B.J.
Uitgave: Leeuwarden: M.O. Jongbloed, 1895
Leeuwarden: Coöperatieve Handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2274
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202737
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school: geschiedenis, doel en methoden, tevens handleiding bij de praktische teekenoefeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1 '
12
!
liet licht omstreeks 1876 en'77. Van dien tijd af bemer-
ken wij dan ook een streven , waaruit zich duidelijk de
I invloed van den geest des tijds openbaarde. Was vóór
' dien tijd de aandacht gevestigd op het praktisch nut,
dat van het teekenonderwijs op de Lagere School voor
j den aanstaanden werkmansstand te verwachten was, en
trachtte men zooveel mogelijk het streven naar hoogere
^ kunstontwikkeling , dat vroeger het eigenaardige kenmerk
van het teekenonderwys was, tot een minimum te brengen,
na dien tijd zien wij een middenweg inslaan en het oog'
voornamelijk vestigen op de behoefte van den aanstaanden
^ beoefenaar van Kunstambachten.
IV. Het Teekenonderwijs
op de Lagere School na 187 7.
a. Teehensclwol voor Kunstnijverheid te Haarlem.
Het Museum voor Kunstnijverheid was geopend. Haarlem
kon zich beroemen de eerste stad in Nederland te zijn,
waarin iets blijvends was gesticht, dat reeds in het buiten-
land getoond had een gunstigen invloed te kunnen uitoe-
fenen op een kunstterrein , waarvan herhaaldelijk gezegd
was: ,de toestand is bedroevend." Het was nu de taak
van de ijverige stichters , hun museum , waaraan zij met
zooveel toewijding gearbeid hadden , volkomen aan zijn
doel te doen beantwoorden. Zeer spoedig werden dan ook
plannen gemaakt, volgens welke men meende, dat de in-
vloed , dien een museum op de kunstnijverheid kon hebben,
zou bevorderen. Ten eerste werden in navolging van het
buitenland mannen door Nederland gezonden om hier
en daar door het houden van voordrachten de aan-
dacht van het publiek te vestigen op het doel en het
nut van hun lievelingsstichting; en het valt niet te
ontkennen dat deze maatregel, toen ten minste, veel
heeft bijgedragen om de denkbeelden van gezonde richting