Boekgegevens
Titel: Zesde rekenboekje
Auteur: Bouwman, L.
Uitgave: Groningen: Wed. J. Doesburg, ca. 1865 *
6e dr
Opmerking: VI. Gezelschaps- en menging-rekening, omgekeerde en zamengestelde regel van drieën
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2178
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202719
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zesde rekenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
Wanneer C 50 gl. meer van de winst ontvangt dan
A, hoe veel hebben zij dan te zamen gewonnen?
38. Twee kooplieden handelen. De eene bekomt
20 ten honderd meer van de winst dan de andere.
Hoe veel zal ieder van 1100 gld. ontvangen?
39. Twee landlieden huren eene weide voor 156
gl. De eene weidt er 3 koeijen in voor den tijd van
5 maand., en de andere 4 koeijen, gedurende 6 maan-
den. Hoe veel moet ieder tot de huur betalen?
40. Twee timmerlieden nemen een werk aan voor
18,70 gl. De eerste werkt daaraan 8 dagen per dag 12
uren; de andere werkt er 7 dagen aan, per dag 13 uren.
Hoe veel komt ieder van de bedongen som toe?
41. Drie personen huren een stuk weideland voor
344 guld. A zendt er den 1 Mei 4 koeijen in, B
den 1 Junij 6 koeijen en C den 1 Julij 8 koeijen.
Den 1 November haalt ieder het vee er uit. Hoe
veel moet ieder tot de huur bijdragen ?
42. A en B handelente zamen. A legt 1000 gl.
in voor 5 maand, en B 1200 gl. voor 4 maanden.
Zij winnen 490 gl. Hoe veel krijgt ieder daarvan ?
43. Drie kooplieden handelen in compagnie. A
met 700 gld. 6 maand., B met 900 gld. 5 maan-
den en C met 800 gld. 7 maanden. Zij winnen
214J gulden. Hoe veel moet A daarvan hebben ?
44. A en B huren eene weide voor 228 guld.
A brengt er den 1 Mei 6 koeijen in, doch haalt er
den 1 Julij weer 2 uit. B zendt er den 1 Julij 5
koeijen in, doch brengt er den 1 Augustus nog 3
bij. Den 1 November haalt ieder het vee uit het
land. Hoe veel moet ieder van de huur betalen ?
45. Een smid kan in drie dagen 900 spijkers
maken; zijn leerjongen kan hetzelfde in 6 dagen
doen. In hoe veel tijd kunnen zij met hun beiden
900 spijkers vervaardigen ?