Boekgegevens
Titel: Zesde rekenboekje
Auteur: Bouwman, L.
Uitgave: Groningen: Wed. J. Doesburg, ca. 1865 *
6e dr
Opmerking: VI. Gezelschaps- en menging-rekening, omgekeerde en zamengestelde regel van drieën
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2178
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202719
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zesde rekenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
namelijk koffij en thee, en wel evenveel ffi koffij als
onsen thee. Hoe veel had hij van ieder ?
11. Van een stuk weideland, groot 2 bunders
75 vierk. rd., komt A 1 bund. 25 vierk. rd. toe en
B het overige. Hoe veel moet ieder van de huur
hebben , als het voor 220 gld. verhuurd is ?
12. Vier personen moeten te zamen eene water-
lossing onderhouden. A moet daartoe betalen van
3 bunders en 76 vierk. roeden; B van 2 bunders en
24 vierk. rd.; C van 4 bunders en 25,5 vierk. rd.
en D van 74 vierk. roed. en 50 vierk. ellen. Wan-
neer de waterlossing in dit jaar eene uitgave van 110
gld. vordert, hoe veel moet ieder daartoe dan betalen ?
13. In het vorige jaar bedroegen de uitgaven
voor 't onderhoud van deze waterlossing maar 22 gld.
Hoe veel moest ieder toen betalen ?
14. A, B en C handelen te zamen. A legt in 1250 gl.,
B 100 gld. meer en C 100 gld. meer dan B. Zij ver-
liezen 202,50 gld. Hoe veel moet ieder daarvan dragen ?
15. Drie landlieden moeten te zamen een' wa-
termolen onderhouden. A moet daartoe de helft be-
talen en B en C ieder evenveel. Hoe veel moet
ieder tot het onderhoud van dien molen bijdragen,
wanneer dit 38 gld. beloopt ?
16. Van 75 gld. moest Berg 1 gld. hebben,
tegen dat Beek i gld. bekwam. Hoe veel kreeg ieder ?
17. In een heideveld heeft A 2^, B 3J en C
4 aandeelen. Zij verkoopen het voor 950 gld.; hoe
veel kan ieder daarvan ontvangen ?
18. Twee personen huren een stukje weideland
voor 72 gld. De eene brengt er 2 koeijen in en
de andere 3 schapen. Zoo men nu het weidegeld
van 3 schapen even hoog rekent als van eene koe,
hoe veel moet ieder dan betalen ?
19. In een stuk land, dat A en B gehuurd had-