Boekgegevens
Titel: Kort overzicht der wiskunde: ten dienste van aanstaande stuurlieden ter koopvaardij
Auteur: Bossche, I.G. van den
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1900
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 08-395
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202718
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Wiskunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort overzicht der wiskunde: ten dienste van aanstaande stuurlieden ter koopvaardij
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
wordt de horizontale genoemd, de andere de ver-
ticale. Het kwadrant rechts boven de horizontale
middellijn is het eerste, links boven het tweede,
links onder het derde en rechts onder het vierde
kwadrant. De hoek wordt met het hoekpunt in
het middelpunt geplaatst, zoodanig dat het eene
been, het vaste heen genoemd, valt langs het
rechtsche gedeelte van de horizontale middellijn.
Het andere been, het beweegbare genoemd, valt
naar gelang van de grootte van den hoek in het
eerste, tweede, derde of vierde kwadrant en
worden de hoeken daarnaar benoemd als hoeken
uit het eerste, tweede, enz. kwadrant.
Aan 't rechtsche uiteinde van de horizontale
middellijn en het bovenste der vertikale zijn raak-
lijnen aan den cirkel getrokken, die men oneindig
verlengd denkt. Do eerste heet de lijn der tan-
genten, de tweede die der cotangenten.
Zij AMB de beschouwde hoek, dan is
BC de sinus, MC de cosinus, AD de
tangens, EF cotangens, MD de secans,
MF de cosecans, AC de sinus versus,
EG de cosinus versus.
De sinus is de loodlijn neergelaten uit
het snijpunt van het beweegbare been
met den cirkel op het vaste been, of
zijn verlengde.
De cosinus is het deel van het vaste
been of zijn verlengde van af het middelpunt,
tot aan het voetpunt van den sinus.
De tangens is het deel van de lijn der tangenten
van af het raakpunt, tot aan het snijpunt met het
beweegbare been of zijn verlengde.
De cotangens is het deel van de lijn der cotan-
genten van af het raakpunt, tot aan het snijpunt
met het beweegbare been of zijn verlengde.
De secans is het deel van het beweegbare been
of zijn verlengde, van af het middelpunt tot aan
het snijpunt met de tangens.
De cosecans is het deel van het beweegbare been
of zijn verlengde, van af het middelpunt tot aan
het snijpunt met de cotangens.
Uit de figuur blijkt ook:
AD^-Jt-MA^ = MD^ en
= of sin^a-{-cos^a=l,
tg'^a-\-\ =sec^a, cotg-a-\-\ =cosec^a,
en uit A MBC tn A MAD, BC: MC=AD : MA,
„ . sina
01 sin a : cos a — tga: 1, dus tga =-.