Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET PAARD. 89
wegen minder zeker dan op eene effene vlakte; evenwel draagt
het zijn' ruiter in bergachtige streken onbeschroomd langs
ijzingwekkende afgronden en over paden, die een voorzigtig
voetreiziger naauwelijks waagt te betreden. Eene ligte bewe-
ging aan den teugel, een zachte druk van de sporen, dikwijls
slechts een enkel woord is voldoende, ora het den wil zijns bee-
ren bekend te maken en dien oogenblikkelijk te doen opvolgen.
Ja, zelfs leert het acht'geven op de militaire seinen van trompet
of horen, en voert de daardoor aangeduide bewegingen met
de meeste naauwkeurigheid uit. Meermalen beeft het, lang na-
dat het uit de militaire dienst ontslagen was, een burgelijken
ruiter in de grootste verlegenheid gebragt, door op het hooren
van de bekende toonen der krijgsklaroen, met hem naar zijne
vroegere kameraden heen te snellen, en in rij en gelid de ge-
leerde bewegingen mede te maken. In den strijd toont het
paard een onversaagden moed. Onder het roffelen der trommen,
het schetteren der trompetten en den donder der kanonnen
stort het zich met zijn' ruiter in het digtste slaggewoel en den
zwartsten kruiddamp, alsof het er naar haakte, met zijnen
heer te overwinnen of te sterven. Is echter de slag verloren,
en moet de krijgsman zijn heil in de vlugt zoeken, zoo geeft
hij zijn ros de sporen, eu die trouwe strijdgenoot, hoe ver-
moeid ook van inspanning op den heeten dag en hoe verzwakt
misschien door bloedverlies uit de ontvangene wonden, springt
onversaagd over slooten en heggen, zwemt door snelvlietende
stroomen en brengt zich en zijnen ruiter in veiligheid.
Met welk eene trouw het paard aan zijnen heer gehecht is,
wanneer het door hem goed behandeld wordt, blijkt dikwijls
genoeg uit zijn vrolijk gebriesch, waarmede het hem bij zijne
komst in den stal begroet. Maar somtijds openbaart deze ver-
knochtheid zich nog sterker en gaat gepaard met een verstan-
dig overleg, zoo als het volgend geval bewijst. Een Noorweeg-