Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET PAARD. 87
andere zijn rank cn fijn van leden, voornamelijk de Engelsche
renpaarden, de Spaansche en Napelsche. Ook de paarden on-
zes vaderlands, voornamelijk de Priesche, munten uit door
eene fraaije gestalte en worden als gespanpaarden hoog geschat.
Maar onder alle paarden worden de Arabische, om hun
slanken hals, kleinen kop, fijne pooten en juist geëvenredigd
en sterk gespierd ligchaam, voor de edelste gehouden en
deswege zeer duur, dikwijls een enkel paard met 2000 gul-
den , betaald. Bijkans ieder Arabier, hoe arm ook, bezit er een
en draagt er de meest mogelijke zorg voor. Des daags moet
het zich met de schrale kruiden der steppe tevreden stellen;
maar 's avonds bekomt het rijkelijk voeder, en gaarne getroost
de Arabier zich zeiven alle mogelijke ontberingen, zoo maar
zijn paard geen gebrek behoeft te lijden, leder paard heeft
een eigen' naam, en in eene geslachtslijst staan al zijne
voorvaderen opgeteekend. De stamboom van vele der schoon-
ste paarden klimt, naar men zegt, wel eens tot 2000 jaren op.
Hoe sterk de Arabieren aan hunne paarden verknocht zijn ,
kan blijken uit de volgende vertelling. Eens wilde een
Fransch consul in Klein-Aziö een buitengewoon schoon paard
van een' Arabier koopen, om het aan zijnen koning, Lode-
wijk XIV, te zenden. De Arabier, schoon in zeer armoe-
dige omstandigheden verkeerende, was lang besluiteloos, voor-
dat hij in den verkoop toestemde. Eindelijk deed hij het
voor eene aanzienlijke som. De consul schreef naar Frankrijk,
om toestemming tot den koop te erlangen. Toen deze geko-
men was, gaf hij den Arabier er kennis van. Deze kwam aan-
rijden op zijn edel dier, steeg af, zag eerst het geld en
daarop zijn paard aan en riep toen zuchtend uit: „Wien wil
ik u geven? Aan Europeanen, die u binden, slaan, onge-
lukkig maken zullen! — Neen, ga met mij naar de woestijn
terug!" En naauwelijks had hij deze woorden gesproken,