Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET PAARD. 85
Zen, noch tot de krijgsdienst konden zij de ossen gebruiken,
\ïeike de eenigste trekdieren waren, die zij tot dusverre be-
zaten. En ziedaar de reden, waarom men tot het temmen
van het paard overging.
In de oudste tijden zwierven de paarden in de uitgestrekte
wouden van' Azië, Europa en Afrika in het wild rond. Had
men soms enkele tamme paarden; deze waren slechts in het
bezit van koningen en rijke lieden, die ze alleen voor hun
vermaak hielden en geenszins om het nut, dat ze hun konden
aanbrengen. Dit kende men toen nog niet. Langzamerhand
eerst heeft men al de voordeelen leeren kennen, die hun ge-
bruik kan opleveren. Meer en meer zijn er toen van deze die-
ren getemd, zoodat de oorspronkelijk wilde paarden thans
zelden , en misschien alleen in Midden-Azië nog, voorkomen.
In Amerika trof men, voordat de Spanjaarden het ontdek-
ten , geen paarden aan. Groot was daarom de schrik der
Mexikanen in hun eersten strijd met de Spaansche ruiterij.
Paard en ruiter werden door hen voor een enkel gedrochte-
lijk wezen gehouden, tegen welks snelheid en vuurwapenen
zij niets bestand rekenden. Toen de Spanjaarden hunne
heerschappij meer en meer over Amerika uitbreidden, brag-
ten zij er ook paarden uit Europa in over, welke, doordien
men er zich weinig om bekommerde, grootendeels verwil-
derden en aldaar, voornamelijk in de wijd uitgestrekte vlak-
ten aan de La Plata-rivier, zeer sterk vermenigvuldigden.
Thans leven zij daar en in andere oorden van Amerika in
talrijke kudden, soms wel van duizende stuks. Deze zijn in
verschillende kleinere gezelschappen verdeeld , die ieder door
een' hengst aangevoerd, op hunne zwerftogten bij elkander ge-
houden en bij een nakend gevaar met een eigenaardig ge-
briesch gewaarschuwd worden. Wanneer een roofdier zulk
een gezelschap aanvalt, dringen allen zich in een digten