Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE GEMS.
83
is welsmakend; van de huid worden sterke mansbroeken
gemaakt. Weinige gemzenjagers sterven op hun bed; vele
vinden op en tusschen de bergen hun graf. Vroeger opge-
dane wonden of andere doorgestane gevaren zijn niet in
staat, hen van hun gevaarlijk bedrijf af te schrikken; ja,
men heeft voorbeelden, dat in dezelfde familie grootvader,
vader, zoon en kleinzoon op de gemzenjagt zijn omgeko-
men. — Vroeg in den morgen heeft de jager gezond en
frisch het huis verlaten; maar met den vallenden avond is
hij nog niet teruggekeerd. Vrouw en kinderen verbeiden
hem in de armoedige hut, en met angst en vrees, wijl de
storm daar buiten door de rotskloven en de takken der
boomen loeit. Heeft de nacht de dalen en bergen met eene
ondoordringbare duisternis bedekt, en is de lang verwachte
man en vader nog niet teruggekomen, dan brengt de be-
angste moeder hare kinderen ter ruste en zoekt zelve haren
troost in den gebede. Maar welk een treurige nacht is thans
haar deel! Geene zachte sluimering verkwikt de getrouwe ga-
de; hare gedachten zweven over en tusschen de bergen , zij
dwalen rond in de kloven en afgronden, en stellen haar on-
ophoudelijk de menigvuldige gevaren voor oogen, waarvan
de geliefde echtgenoot het slagtoffer kan geworden zijn.
Doch nog is alle hoop haar niet ontrukt; 't is immers mo-
gelijk, denkt ze, dat storm en nevel hem gedwongen hebben,
op de hoogten te overnachten. De morgen breekt aan, de
dag neigt weder ten einde; maar nog is de echtgenoot niet
terussekeerd. Vrienden en bloedverwanten hebben zich reeds
Do
op weg begeven, om den levende hulpe te brengen of den
doode te zoeken; maar dikwijls blijven al hunne nasporingen
vruchteloos. Vrouw en kroost beween en dan den veronge-
lukten man en vader, en niet eens is hun de troost geble-
ven, dat hij in hunne nabijheid rust. Geene handen van