Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
82
DE GEMS.
huis terug te keeren: in de eene of andere grot, zonder
eenige geriefelijkheid, moet hij eene schuilplaats zoeken tegen
de kille nachtlucht der bergen, en loopt dan nog groot ge-
vaar van te bevriezen.
Is hij echter zoo gelukkig geweest, om voor het vallen van
den avond eene gems te dooden, dan moet hij den terugtogt
aannemen, die dikwijls nög veel gevaarlijker is dan deheenreize.
Ora de handen vrij te houden, bindt hij de pooten van het dier
aan elkander en hangt het zoo over zijne schouders. Thans ziet
hij misschien voor het eerst, in welke gevaarlijke streken hij zich
beviudt; want om dit op te merken, heeft de jagtlust hem tot
nu toe geen' tijd gelaten. Met moeite klautert hij langs de steile
rotsen naar beneden; maar hoe ligt kantelt of ontglijdt hem een
steen, waarop hij zoo even zijn wankelenden voet heeft gezet;
hoe ligt ontwortelt zich een struik, waaraan zijne handen zich
hebben vastgeklemd! In beide gevallen is het gedaan met zijn
leven : stort hij naar beneden langs de hoekige rotswanden, dan
vindt zijn verminkt en verbrijzeld ligchaam een graf in den peil-
loozen afgrond; breekt hij echter slechts zijne beenen , dan weer-
galmen zijne noodkreten vruchteloos in de onbewoonde bergklo-
ven , en moet hij toch een jammervollen dood verwachten. En dit
zijn nog niet de eenigste gevaren, die hem bedreigen; soms
vormt zich op de hooge bergtoppen door het een of ander toeval
een kleine sneeuwbal, die bij het naar beneden rollen tot eene
vreeselijke lawine aangroeit. Deze rukt boomen en rotsblok-
ken met zich voort, en zoo de arme jager niet ontvlugten
kan , wordt hij met zijn zuur verworven buit in een§ digte
sneeuwmassa begraven,— En hoe groot, meent gij, is wel
de winst zijner halsbrekende jagt, wanneer hij zoo gelukkig
is, om eene gems te huis te brengen? Ten hoogste 12
tot 15 gulden, die hij voor vel, vleesch en horens bekomt.
Het vleesch weegt doorgaans 25 Nederlandsche ponden en