Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE GEMS.
81
aan de wakkere koeherders een goeden nacht! toegewenscht
heeft, dan begint voor hem het moeijelijke van den togt.
Nu eens moet hij hings steile paden omhoog klauteren, dan
over vervaarlijke afgronden springen, dan weder hellende
sneeuw- en ijsvelden overtrekken, voordat hij de weideplaat-
sen der gemzen bereikt; en evenwel moet hij daar vroegtij-
dig aankomen, want met de klimmehde zon trekken ook de
gemzen meer naar boven, en moeijelijker wordt dan de jagt.
Eindelijk ontdekt de jager een' troep, en nu komt het er op
aan, om de behoedzame dieren te verschalken. Daartoe blijft
hij t5f zoo lang achter eenen rotswand staan, totdat hij eene
gems onder het schot krijgt, of hij tracht, op handen en voe-
ten voortkruipende, doch altijd tegen den wind in, wat digter
bij de kudde te komen. Is hij haar op die wijze gelukkig
genaderd, dan legt hij aan, doch moet daarbij al zijne koel-
bloedigheid bewaren. Mist het schot, dan is de buit voor
hem verloren; de schuw gemaakte dieren zoeken de verte,
en zelden gelukt het hem nu, hen op denzelfden dag nog
eens onder het schot te krijgen. Dikwijls wordt eene gems
getroffen, zonder juist neer te storten. In dat geval vervolgt
de jager het bloedig spoor, doch dikwijls te vergeefs, dewijl
de gemzen een zeer taai leven hebben en op drie pooten bij-
kans even goed als op vier kunnen voortkomen. Zoo gebeur-
de het eens, dat een jager eene gems één der pooten aan
stukken schoot, en ofschoon hij haar bijkans alle dagen in
het gezigt kreeg, kon hij haar toch in langen tijd niet mag-
tig worden; eerst in het vierdejaar na dit voorval gelukte hem dit.
Maar dikwijls ontdekt de jager gedurende den ganschen
dag niet een enkel dier, of komt er ten minste niet digt
genoeg bij, om het te treffen. De avond valt, een digte
nevel omgeeft den jager en belet hem drie schreden ver
van zich af te zien. Thans is het hem onmogelijk naar
Brügsma , Sclie.t&Q.n. 4de druk. 6