Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE GEMS.
79
als hare makkers, door de natuur met zeer scherpe zintuigen
gewapend, ziet met groote opmerkzaamheid naar alle zijden
uit, en zoodra zij eenig gevaar bespeurt, stampt zij met de
pooteu op den grond en waarschuwt hare makkers door een
schel geluid, waarop alle met ongemeene snelheid de vlugt ne-
men. De gemzen bewegen zich zeer gemakkelijk en springen
van rots op rots, dikwijls over de vervaarlijkste afgronden;
maar wijl hare sprongen zeer juist berekend zijn, gebeurt
het maar zelden, dat eene van haar In de diepte stort.
Ieder voorjaar brengt de gems een of twee jongen ter we-
reld, die ze zes maanden met hare melk voedt. Zij brengt
ze naar de weide en onderrigt ze in het springen. Zij springt
namelijk van de eene rots op de andere en lokt dan haar
jong, om het heur na te doen. Durft dit den sprong niet
wagen, dan komt zij terug en doet het hem nog eens voor;
en dit onderrigt zet zij zoo lang voort, tot het jong moed
heeft gekregen en haar naspringt.
Met den naderenden winter, -wanneer de weiden met sneeuw
worden bedekt, dalen de gemzen langs de helling der bergen
naar beneden, om onder do sneeuwdaken der pijnboomen
niet alleen beschutting, maar ook een schraal voedsel te zoe-
ken. In 't begin der lente, wanneer de knoppen der boomen
in de bergdalen beginnen te zwellen, wagen zij zich nog ver-
der naar beneden, om zich op deze hare geliefdste spijze te
vergasten. Maar weldra zoeken zij ook weder de hoogere
streken op. — Deze togten zijn echter voor haar zeer gevaar-
lijk ; want is de sneeuw los, en springen zij wat al te on-
bedachtzaam over de sneeuwvelden heen, zoo zinken zij er niet
zelden in weg, of storten in een met sneeuw overdekten af-
grond neder. Eeizen zij in een groot gezelschap over een
sneeuwveld, zoo weten zij zich echter soms heel aardig uit den
nood to redden. De eerste gems springt in de sneeuw; eene