Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE KAïMEEL. 75
woestijnzand geworpen en eindelijlc reddeloos er onder be-
dolven. Met ontzetting aanschouwt dan, eenige jaren daarna,
een reiziger in de gebleekte geraamten der kameelen de scheeps-
wrakken der woestijn, en met angst en siddering hoort hij,
hoog boven zijn hoofd, het woeste gekrijsch van kaalkoppige
aasgieren, die hem en zijne kameelen in wijde kringen om-
zwermen en met hongerige magen het oogenblik verbeiden,
dat ook hem en de zijnen een dergelijk ongeluk treife, ten
einde ook op hunne lijken zich te vergasten.
Maar ook zonder stormen en zonder te verdwalen, biedt
eene reis in de woestijn weinig bekoorlijks aan, en moet ze
bij eenen zeetogt, wat afwisseling en levendigheid betreft,
verre achterstaan. Daar de kameelen, van wege hun breeden
last, niet naast elkander kunnen loopen, zoo is ieder reiziger
den geheelen dag van zijn reisgezelschap gescheiden. Stom,
als zijn dier, aan eigene overpeinzing overgelaten, rijdt hij
op zijn hoogen zetel nu in eene eindelooze vlakte, waar hij
dagen achtereen niets dan zand en lucht aanschouwt; nu
langs schrale zandhoogten, die er van verre als sneeuwbergen
uitzien, dan in dalvormige, elkander doorslingerende diepten,
die, zonder bosch en water, altijd het eenkleurige woestijn-
zand, en niets dan zand vertoonen. Ja, op het middaguur
verliest hij ook nog de wandelende schaduw der lange kameel-
rijen. Geen geritsel van bladeren, geen getjilp van grasmus-
schen dringt door tot zijne ooren; geen gezang van vogelen
verheugt zijn hart. Nu en dan vertoont zich in de verte
een langbeenige struisvogel, ernstig en stom als de kameel,
maar snel, als een spook, aan het hem nastarende oog zich
onttrekkende. Elders, waar de woestijn minder eenzaam is,
zitten andere vogels, wel versierd met de fraaiste vederen,
maar verstoken van het liefelijk stemgeluid. Slechts hyena's,
tijgers en leeuwen laten hunne stemmen hier hooren ; doch bij