Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE KAïMEEL. 73
ZOO wel als op de zee, veel roof gepleegd, weshalve ook
het schip der woestijnen van wapens wordt voorzien.
Moet de stuurman van een schip altijd naauwkeurig op het
kompas letten en met opmerkzamen blik lucht en zee waar-
nemen, om op de onafiiienbare, spoorlooze watervlakte niet
van den regten koers te geraken, niet minder moet ook de ka-
meelstuurman op de waterlooze zandzee steeds naauwlettend
acht geven op zijn ongebaanden weg en op de onderscheidene
verschijnselen, die zich voordoen, ten einde in deze onherberg-
zame streken niet om te komen. Heeft hij eens de rigting van
den weg verloren, dan kan hij dikwijls dagen lang in eea* kring
omdolen, zonder vooruit te komen, wijl het zachtste windje
de in de zandgolven ingedrukte sporen van het woestijnschip
bijna even spoedig wegvaagt, als het spoor van een schip in
het water verdwijnt. Loopt nu bovendien zijn watervoor-
raad en voedsel ten einde, en valt de eene kameel na den
anderen dood ter aarde, dan treedt de woestijn met al hare
verschrikkingen voor den reiziger te voorschijn.
Des nachts verdrijven koortsachtige droomen allen gerusten
slaap uit zijne tent, en des daags schietende blakerende zon-
nestralen als doodelijke pijlen op zijn afgemat ligchaam neder.
Het blinkend witte stuifzand der woestijn komt hem als een
lijkkleed zonder einde voor, en de hier en daar verspreid
staande graauwe rotsen schijnen hem zoo vele grafsteenen toe,
die hem zijne laatste ure aankondigen. Bij levenden lijve wor-
den den ongelukkige reeds de akelige grafliederen der woestijn
door de op lijken "azende hyena's voorgehuild, en waarheen
hij ook ziet, en wat hij ook hoort, overal grijnst hem de
dood tegen, alles jaagt hem schrik en ontzetting aan. Geluk-
kig, zoo hij eindelijk eene oase ontdekt. Bereikt hij deze,
dan verkwikt hier eene koele schaduw zijn doodelijk afgemat
ligchaam; dan laaft eene frische teug water zijne verdroogde