Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
DE KAMEEL.
harer zandvlakten. Daarom belaadt de woestijnreiziger, even als
de zeeman, zijn schip met een goeden voorraad van levensmid-
delen, b. v. rijst, gedroogde dadels, uijen, hoenders, zout,
azijn, koffij, suiker; ook met potten en pannen, koperen bor-
den en tinnen lepels; met tentstaken, tentedoek en matrassen;
met doove kolen, om vuur te kunnen maken, en meer soort-
gelijke dingen. Al die benoodigdheden worden in kisten en
korven van gevlochten palmtwijgen gepakt, en, daarmede be-
hangen, wandelen de kameelen in lange rijen de woestijn in,
die des te onherbergzamer wordt, naarmate de reizigers er
verder in doordringen. lederen avond bij het ondergaan der zon
wordt rusttijd gehouden. Sommige reizigers laden dan de ka-
meelen af, eenige rigten de tenten op, andere leggen daarin
de stroozakken en matrassen te regt, nog andere ontsteken het
vuur, om eenen maaltijd gereed te maken. Tot tafel dient hier
de aarde, waarop slechts een dekkleed wordt uitgespreid,
rondom hetwelk de gasten zich nedervlijen. De vrome Mu-
zelman wascht echter vooraf zijne handen in het zand, wijl
het water in de lederen zakken hem daartoe te kostbaar is,
en gehoorzaamt op die wijze aan het gebod van den Profeet,
dat voorschrijft, om zich vóór eiken maaltijd te wasschen.
De kameelen eten boonen of gerst. Tot nageregt zoeken zij
een of anderen eenzamen woestijnstruik op, die echter niet
met een rijken dos van bladeren prijkt, maar zich als een
bijkans naakte bedelaar voordoet, en evenmin aan vogelen
eene schuilplaats verleenen, als zijne wortelen tegen de
brandende zonnestralen beschutten kan.
Hebben menschen en dieren zich verzadigd, dan begeven
zij zich ter ruste. In dekens gehuld, leggen de kameeldrij-
vers zich nu naast hunne dieren neêr, steeds met de wapens
aan hunne zijde, om bij een plotselingen overval zich dadelijk
te kunnen verdedigen; want in de woestijn wordt, even