Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE KAïMEEL. 81
geen gebit in den mond te leggen, noch sporen in de zijde
te zetten. Hij laat zich van zijn' berijder of leidsman door
weinige geluiden besturen, die onderscheiden zijn' naar mate
men hem wil doen stilstaan, nederknielen of vooruitgaan.
Zonder zich door iets te laten storen, gaat hij stom zijns weegs.
Slechts bij het op- en afladen geeft hij een klagend, medelijden-
wekkend geluid, dat als een dof geblaat der schapen klinkt.
Met deze dieren bereist men de zeeën des aardbols, die
zand in plaats van water hebben en woestijnen heeten. Men
noemt daarom'den kameel ook wel het schip der woestijnen.
De grootste van deze zandzeeën ligt in noordelijk Afrika en strekt
zich zelfs , alleen door het smalle, vruchtbare Nijldal afgebroken,
over de landengte van Suez zeer ver inuVzië uit. Even als iedere
zee, heeft ook deze hare havensteden. De grootste derzelve is
Cairo, die in het gebied van de Nijldella tusschen bijkans on-
toegankelijke woestijnen ligt. Jaarlijks loopen duizende der woes-
tijnschepen hier uit en in, deels koopwaren brengende, deels
uitvoerende, zoo wel naar het oosten als naar het westen.
Vóórdat zulk een schip uitloopt, moet het even als een
vaartuig, dat de zilte, ondrinkbare wateren doorklieft, eerst
met vaten of lederen zakken vol water voorzien worden.
Want gelijk de oceaan alleen op zijne eilanden drinkbaar
water heeft, zoo ontspringen ook slechts bronnen op de
oasen of groene eilanden der hen aan alle zijden omringende
zandzee. En gelijk de zeeman niet verzuimt, het gebruikte
door frisch water op de eilanden des oceaans te vervangen,
even zoo legt ook de stuurman van het schip der woestij-
nen op de oasen aan, om hier zijne watervaten voor de
verdere reize op nieuw van voorraad te voorzien.
De oceaan heeft op zijne watervlakte korenakkers noch
weidevelden, ooftboomen noch herbergen; even zoo onbe-
bouwd en onbewoond is ook de woestijn op vele plaatsen