Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
68 DE KAMEEL.
heet kamee!. Hij heeft echter geen wol op zijn lijf, maar ha-
ren. Sommige kameelen hebben één, andere twee bulten op
den rug, voor of tusschen welke men een kussen of een' zadel
voor den ruiter legt, zoodat zij er dan als zadelknoppen uit-
zien (*). Deze bulten zijn behaarde vetklorapen, die bij gebrek
aan voedsel en bij vermagering van het dier bijkans geheel ver-
dwijnen; doch bij rijkelijke maaitijden er ook weder wél gevuld
uitzien, waarom sommige menschen ze ook wel voor zijne spijs-
kamers hebben gehouden. Doch behalve deze schijnbare voe-
derzakken op zijnen rug, heeft de kameel ook nog een' water-
zak in zijne maag, waarin hij een goeden voorraad water kan
bergen, om dien in tijd van nood aan te spreken. Daar de
heete, waterlooze wQpstijnen zijn vaderland zijn, zoo moet hij
dikwijls dagen lang loopen, voordat hij eene bron aantreft.
Gedurende dezen tijd vloeit hem uit den waterzak het noodige
water in de maag tot verdunning der spijze. Gaat den reizi-
ger in de woestijn zijn eigen, medegenomen watervoorraad op,
zoo ziet hij zich genoodzaakt, een zijner kameelen te slagten,
den waterzak er uit te nemen en met het daarin bevatte, altijd
frissche water zijnen dorst te lesschen. Zoo vergoedt dit dier
het gebrek aan wellen in waterlooze streken, en zoo worden
aan de woestijn in hare doortrekkende kameelen even zoo vele
levende bronnen gegeven. De pooten des kameels zijn van on-
deren met een lederachtig, dik kussen voorzien, waarmede hij
den brandend heeten zand- en kiezelbodem kan betreden, zon-
der zijne voeten te beschadigen. AYaren deze, als bij het paard,
met hoornachtige hoeven bezet, zoo zouden zij op de lange tog-
ten scheuren of spleten bekomen, die het verder reizen zeer
(*) De gewone kameel of drommedaris, die in Perzie, Arabië,
Egypte en geheel noordelijk Afrika gevonden wordt, heeft écn
bult; eene andere soort, die men in Turkestan en andere Uondere
landen van Azië aantreft, heeft twee bulten op den rug.