Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE WA'iVISCH. 66
gen van zijn voedsel. Daar hij in zijn grooten muil een zeer
eng, naauwelijks 18 duim wijd, keelgat heeft, zoo kan hij
slechts van zeeslakken, kleine visschen en dergelijke dieren le-
ven. Om deze te vangen, spert hij zijnen muil wijd open en
verleidt ze daardoor, er in te zwemmen cn zich aldaar aan de
vezelachtige baarden te hechten. Dan sluit hij den mond, scheidt
door middel der harige baarden zelfs de kleinste voorwerpen van
het water, en spuit dit laatste door zijne blaasgaten weder uit.
Zijn beide werkzaamheden, het speksnijden en het uitbre-
ken der baarden, afgeloopen, dan wordt het overblijfsel van
den visch aan de golven prijs gegeven, en weldra strekt nu zijn
vleesch aan de zeemeeuwen en ijsbeeren tot een lekker gastmaal.
De Eskimoos, voor wier levensbehoeften slechts weinige dieren
voorhanden zijn, gaan echter veel huishoudelijker dan de Euro-
peanen met den walvisch om. Zij gebruiken niet slechts de
traan, om te drinken en tot olie in hun lampje gedurende de
lange winternachten, maar ook de beenderen tot balken voor
hunne hutten en tot slijters onder hunne ligte sleden, de darmen
cn de huid van den buik tot kleederen , de gespletene zenuwen
tot naaigaren, ja zelfs het harde, tranige vleesch tot spijze.
De vangst der schepen is zeer verschillend; sommige van-
gen gedurende den ganschen vischtijd slechts een enkel
dier, vele drie en meer; maar ook in het eerste geval is de
vaart nog winstgevend; want een volwassen walvisch levert
somtijds 130 tonnen traan— de tong alleen 20 ton, — en
met het balein kan men dan zijne waarde op verscheidene
duizend guldens schatten. Bij goede vangst bedraagt de
winst bijna een derde der uitrustingskosten van het schip.
Groot waren de voordeden, die de Nederlanders in vroe-
gere jaren van de walvischvangst trokken; aanzienlijken rijk-
dom heeft ze onzen voorvaderen aangebragt. Men heeft be-
rekend, dat van 1G69 tot 1780 meer dan 55,000 visschen,