Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE WA'iVISCH.
65
wonden den laatsten adem nit. — De dunr van den strijd
is zeer verschillend; soms is deze in weinig uren geëindigd,
soms duurt hij bijkans den geheelen dag.
Thans slaat men een touw om den staart van den walvisch,
waarmede hij naar het schip getrokken en daaraan vastgemaakt
wordt. Slechts twee deelen zijns ligchaams verschaffen den
mensch een groot voordeel: het spek, dat in lagen van 20
tot 50 Nederlandsche duimen dikte onder de huid ligt, en
waarvan de traan komt, en de in den muil voorhandene baar-
den, die ons onder den naam van balein bekend zijn en door
onderscheidene handwerkers gebruikt worden. Deze beide dee-
len het dier te ontnemen, is de niet gemakkelijke taak der
speksnijders. Deze mannen, wier laarszolen met spitse spijkers
zijn beslagen, opdat zij van de gladde huid niet afglijden zou-
den, springen op den walvisch, aan wiens zijden zich twee
booten bevinden, die van de noodige werktuigen zijn voorzien.
Breede strepen spek worden nu rondom van den walvisch af-
gesneden, op het schip geheschen, daar in kleinere stukken
verdeeld, van het zwoerd en het vleesch gereinigd en in groote
vaten gestouw^d, om het te huis in koperen pannen of ijzeren
potten tot traan te koken. Eertijds had men traankokerijen aan
de kusten van Groenland; doch sedert de vangst verminderd
is, zijn de daarvoor ingerigte gebouwen en toestellen in verval
geraakt, en ook van het traankoken op de schepen maakt men
maar zelden gebruik, wijl daardoor ligt brand kan ontstaan.
Nadat het spek afgesneden is, moeten den walvisch ook
nog de baarden worden uitgebroken. Dit dier heeft namelijk
geene tanden, maar in de bovenkaak twee rijen driehoekige
hoornachtige platen, wier onderste kanten er als franje uitzien.
Iedere rij bevat ruim 300 platen, waarvan dc middelste soms
6 el lang zijn, en die te zamen wel eens 500 Nederlandsche
ponden wegen. Deze baarden dienen den walvisch tot het van-
Brugsma . Schetsen. 4de dnik. 5