Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE WA'iVISCH. 63
(ligde werktuigen uit. Een matroos in den mastkorf houdt de
wacht en ziet met opmerkzaamheid over de onafzienbare wa-
tervlakte rond, om aan het bruisen des waters of nog beter
aan de zich in de lucht verheffende waterfonteinen het te ver-
volgen reusachtige dier te ontdekken, bespeurt hij er een ,
dan roept hij luidkeels: val ^ ml! en naauwelijks is deze kreet
in de ooren der manschap gedrongen, of dadelijk springen
vier roeijers, een stuurman en een harpoenier, daartoe ten
allen tijde gereed, in eene te water gelatene sloep en roeijen
op den walvisch aan. Vooraan in de sloep staat de harpoenier,
die eene ijzeren, met weerhaken voorziené werpspies van 86
Nederlandsche duimen lengte in de hand heeft, aan welker hou-
ten, ruim 2 el langen steel eene lijn , van den zachtsten en fijn-
sten hennep geslagen, vastgemaakt is. Aan deze korte lijn van
slechts 7 of 8 vademen worden de andere, gewoonlijk voor iedere
sloep ter lengte van 100 vademen, vastgehecht. Gelooft de
harpoenier, dat het regte tijdstip daar is, om den walvisch te
treffen^ dan werpt hij, wèl mikkende, zijn wapen met eene ge-
weldige kracht op dezen aan, zoodat het met zijne scherpe punt
de huid doorboort en het ligchaam indringt. De walvisch is bui-
tengewoon vreesachtig: keerde hij zich tegen zijne vervolgers,
zoo zou hij met een enkelen slag van zijn' staart de boot ver-
brijzelen en zich van zijne vervolgers kunnen ontslaan; maar
in plaats daarvan schiet hij met eene verbazende snelheid naar
de diepte, doch kan zich daardoor niet van het vijandelijk wa-
pen bevrijden. De lijn van den harpoen, die in de boot zorg-
vuldig opgeschoten ligt, loopt met zulk eene snelheid af, dat
lijn en rol in brand zouden geraken, wanneer ze niet gedurig
met water bevochtigd wierden. Na eenigen tijd komt de wal-
visch boven, om adem te scheppen; doch spoedig schiet hij ook
weder naar de diepte, om zich van den harpoen te bevrijden, en
zoo deze niet diep genoeg ingedrongen of zoo de lijn te kort