Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
DE WA'iVISCH. 62
gaans in één uur af, maar zij kunnen ook zoo snel zwem-
men, dat zij hunnen vervolgers binnen korten tijd uit het
oog zijn verdwenen. Hoe stomp van zinnen de walvisch ook
zijn moge, teeder toch is de liefde der wijfjes voor hare jon-
gen. Dat weten de visschers ook zeer goed, en deze maken
daarom, wanneer zij eene moeder en haar jong zien, altijd
eerst jagt op het laatste. De moeder wijkt niet van haar ge-
kwetst kind, spoort het tot spoed aan, neemt het onder hare
vinachtige pooten, duikt er mede naar beneden: kortom,
zoekt het op allerlei wijze van de vijandelijke werpspies te be-
vrijden. Daarbij let zij in het geheel niet op hare eigene veilig-
heid, zwemt in hare woede midden tusschen de vijandendoor
en wordt bijkans altijd een offer van de liefde vóórhaar kind.
De walvischvaarders, voor verscheidene maanden van le-
vensmiddelen en rijkelijk van handwerks- en vischtuig voor-
zien, loopen in Maarten April uit en dringen zoo ver naar het
noorden, als de ijsmassen hun veroorloven. De schepen, die
voor deze togten gebruikt worden , moeten heel sterk zijn, om
het ijs en de stormen te kunnen trotseren. Gewoonlijk is
ieder schip met vijftig koppen bemand en van zeven sloepen
voorzien. Hunne uitrusting is daarom ook zeer kostbaar en
bedraagt voor een enkel schip verscheidene duizend guldens.
Met Augustus keeren. de walvischvaarders uit de IJszee
terug , ook wanneer zij geen enkelen visch gevangen mogten
hebben; want bleven zij langer hier, dan zouden ze gevaar
loopen, van met hun schip in het ijs vast te vriezen en den
winter in deze onherbergzame streken onder velerlei gebrek
en eene vreeselijke koude te moeten doorbrengen.
Zoodra de walvischvanger of Groenlandsvaarder, zoo als men
die schepen eertijds noemde, in de nabijheid der ijsvelden ge-
komen is, wijst de kapitein aan ieder der manschap zijnen
post en toekomstigen arbeid aan en deelt onder hen de benoo-