Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE WA'iVISCH. 60
19, Gene ademen door kieuwen, deze door longen. Gene einde-
lijk leggen eijeren, die door de warmte der zon uitgebroed wor-
den; deze brengen jaarlijks een levend jong ter wereld ,'t welk
het wijfje met hare melk voedt. De walvisch behoort dus tot de
zoogdieren , hoewel hij nog altijfl zijn ouden naam heeft behouden,
en is onder deze de grootste, ja, de reus der dierenwereld ; want
stelde men het grootste lantldier, den olifant, naast hem , zoo zou
dit schepsel in grootte tot hem staan, als een groote hond tot een
zwaren os. Delengte van den walvisch bedraagt 20 tot 28 Neder-
landsche ellen: zijn omvang 13 tot 14; de kop is verbazend groot,
neemt wel een derde van de geheele lengte in, en heeft eene breed-
te van 3 tot 4 ellen. Evenzoo breed is ook zijn muil, die daarbij
el hoogte heeft, zoodat eene bemande boot er gemakkelijk
plaats in kan vinden. Zijne tong alleen zou den vloer van eene
tamelijk groote kamer kunnen bedekken. Van deze ontzettende
grootte zult gij u waarschijnlijk nog eene betere voorstelling kun-
nen maken, wanneer ik u vertel, dat men eensin het borstgeraam-
te van een' walvisch , die in verschillende steden van ons land ver-
toond werd , twee orchesten geplaatst had , terwijl men zijn' muil
tot eene schenkkamer had ingerigt. Aan den kop, digt achter
den muil, liggen twee oogen , die niet veel grooter zijn dan die
van een' os, en dus betrekkelijk zeer klein genoemd mogen wor-
den. Boven op den kop heeft hij twee luchtgaten, waaruit hij het
water met een ontzettend geweld tot eene aanzienlijke hoogte kan
opblazen, zoodat men, bij 't zien spelen van een'troep walvis-
schen in de verte, zich haast verbeelden zou eene stad met roc-
kende schoorsteenen te zien. Twee voet achter den kop heeft hij
twee pooten van 2 tot 2 Va el lengte , die eenigzins met de vinnen
der visschen overeen komen. Deze dienen hem, om zijn ontzag-
gelijk , soms meer dan 50,000 Nederlandsche ponden zwaar lig-
chaam in evenwigt te houden, dat, door den krachtigen staart voor-
waarts gestuwd, met verwonderlijke snelheid het water doorklieft.